"FR Accountancy zorgt dat er
achteraf geen verrassingen zijn"

Nieuws

  • 03-07-2020 // Rittenadministratie achteraf, toch goedgekeurd

    Een werknemer maakt gebruik van een bestelauto van de zaak. Van de auto is geen rittenregistratie bijgehouden. Ook is er geen Verklaring geen privégebruik afgegeven. Bij een boekenonderzoek blijkt dat de werkgever desondanks geen bijtelling heeft toegepast. Een naheffingsaanslag volgt. Dan komt de werkgever alsnog met een rittenadministratie.

    Uit de achteraf opgemaakte rittenadministratie blijkt dat met de bestelauto per kalenderjaar ruimschoots minder dan 500 kilometer privé is gereden. De Belastingdienst gaat niet akkoord. Een procedure bij de rechtbank  en een beroepsprocedure bij het gerechtshof volgen.

    Zware bewijslast
    Volgens het gerechtshof moet de werkgever doen blijken – dat wil zeggen overtuigend aantonen – dat met de bestelauto op kalenderjaarbasis niet meer dan 500 km in privé is gereden. Dit bewijs kan door een rittenregistratie, maar ook ‘anderszins’ worden geleverd. Daarom hoeft de omstandigheid dat een rittenregistratie achteraf is opgemaakt niet per definitie te betekenen dat een belastingplichtige daarmee niet aan de op hem rustende bewijslast kan voldoen.

    De Belastingdienst benoemt een aantal hiaten in de rittenadministratie. Maar de werkgever slaagt er in om de rechter geloofwaardige verklaringen te geven voor deze hiaten. Daarbij spelen verklaringen van andere medewerkers een rol, maar ook de vaste parkeerplek van de auto waardoor deze moeilijk kan worden gebruikt. Ook is van belang dat zowel de werknemer als zijn echtgenote een eigen auto hebben.

    Maar daarmee heeft de werkgever nog niet voldaan aan de zware bewijslast van ‘doen blijken’ dat per kalenderjaar niet meer dan 500 km in privé is gereden met de bestelauto. Om daaraan wel te kunnen voldoen mag de werkgever van het gerechtshof de achteraf opgemaakte rittenregistratie nader onderbouwen met objectieve gegevens zoals bijvoorbeeld RDW-gegevens en onderhoudsnota’s.

    Objectieve gegevens
    De werkgever komt met een Tellerrapport uit het register van de RDW. Daarin zijn jaarlijkse kilometerstanden van de bestelauto vermeld. Ook is er een werkplaatsbon van een garagebedrijf met een kilometerstand die strookt met de gegevens van de RDW. Volgens belanghebbende onderbouwen deze objectieve gegevens de juistheid van de opgemaakte rittenregistratie.

    Eindoordeel gerechtshof
    Volgens het gerechtshof is de werkgever met de (weliswaar achteraf maar zeer zorgvuldig opgestelde) rittenregistratie, de facturen, de foto’s, het Tellerrapport van de RDW, de werkplaatsbon en met haar overtuigende verklaringen op de zitting erin geslaagd te doen blijken dat per kalenderjaar niet meer dan 500 km in privé is gereden met de bestelauto. De naheffingsaanslag moet worden vernietigd.

    Let op: Het kan dus wel, bijtelling voorkomen met een achteraf opgemaakte rittenadministratie. Maar dan moet u met ondersteunend bewijs komen dat naadloos aansluit. In de praktijk lukt dat slechts zelden met succes. Daarom adviseren we u dit risico niet te nemen.

  • 03-07-2020 // Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL)

    Hoort uw onderneming bij de sectoren die het meest zijn geraakt door de overheidsmaatregelen rond het coronavirus (COVID-19)? Heeft u moeite om uw vaste lasten te betalen door een noodgedwongen sluiting, de inperking van bijeenkomsten en/of het negatieve reisadvies buitenland? Dan kunt u via de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) maximaal € 50.000 ontvangen.

    SBI-codes
    Ondernemers die voor de TOGS-regeling in aanmerking kwamen, kunnen ook gebruikmaken van de TVL. De getroffen sectoren staan op de lijst met vastgestelde SBI-codes. Ondernemingen in de horeca, recreatie, strandtenten, sportscholen, evenementen, standbouwers, kermissen, sauna’s, wellness centra, podia en theaters vallen hier ook onder. Heeft u eerder via TOGS een eenmalige tegemoetkoming ontvangen en wilt u nu in aanmerking komen voor de TVL? Dan moet u een nieuwe aanvraag doen voor de TVL.

    Voorwaarden

    Voor alle bedrijven gelden de volgende voorwaarden:

    • Uw bedrijf heeft meer dan 30% omzetverlies door de coronacrisis. Omzet: alle inkomsten zonder de ontvangen btw, voor aftrek van kosten en vaste lasten.
    • Uw vaste lasten zijn minimaal € 4.000 in de periode juni tot en met september 2020. Vaste lasten: huur, pacht, onderhoud, verzekeringen, vaste leasecontracten en abonnementen; loonkosten en variabele kosten horen hier niet bij.

    Voor bepaalde bedrijven gelden bijzondere voorwaarden.

    Berekening

    De TVL compenseert maximaal 50% van de vaste lasten. Ondernemers hebben ook andere mogelijkheden om de vaste lasten te financieren of omlaag te brengen.

    subsidie = normale omzet x omzetverlies in % x aandeel vaste lasten in % x 50%

    De normale omzet is uw omzet van 1 juni tot en met 30 september in 2019. Voor starters op of na 1 april 2019 geldt een andere referentieperiode. Uw omzet zijn alle inkomsten zonder de ontvangen btw, voor aftrek van kosten en vaste lasten.

    Voor de bepaling van de vaste lasten, wordt uitgegaan van branchegegevens van het CBS, dus niet van uw werkelijke lasten. Het aandeel van de vaste lasten in de omzet voor uw branche staat dus vast en hangt samen met uw SBI-code. De vaste lasten moeten na berekening hoger zijn dan € 4.000.

    Definitieve vaststelling
    Als u voldoet aan alle voorwaarden, ontvangt u een voorschot van 80% op basis van uw geschatte omzetverlies. Vóór 1 april 2021 meldt u het werkelijke omzetverlies. Binnen 16 weken krijgt u vervolgens bericht over het definitieve bedrag waar u recht op heeft. Is het omzetverlies gelijk aan uw opgegeven schatting, dan ontvangt u de laatste 20%. Bij een lager omzetverlies ontvangt u minder dan 20% of moet u subsidie terugbetalen. Is het omzetverlies hoger dan uw schatting, dan ontvangt u alsnog een hogere subsidie met een maximum van € 50.000.

    Tip: U kunt de subsidie voor uw bedrijf alleen zelf aanvragen. Maak gebruik van de Adviestool om snel te bepalen waar u recht op heeft. U kunt de TVL-subsidie aanvragen van 30 juni 2020 12:00 uur tot en met 30 oktober 2020 17:00 uur.

  • 03-07-2020 // NOW 2.0 aanvragen

    Vanaf 6 juli 2020 kunt u een aanvraag indienen voor een tegemoetkoming in de loonkosten over de periode juni, juli, augustus en september 2020. Het UWV streeft ernaar om binnen 2 à 4 weken na aanvraag de eerste termijn van uw voorschot te betalen. Uw aanvraag moet dan wel volledig zijn. U ontvangt in die periode ook een bevestiging dat u de subsidie krijgt (de subsidiebeschikking).

    Hebt u een accountantsverklaring of andere verklaring nodig?
    U heeft een accountantsverklaring nodig als u een voorschot heeft ontvangen van € 100.000 of meer. Als u een  voorschot ontvangt van minder dan € 100.000, maar bij vaststelling toch een subsidie ontvangt van € 125.000 of meer, dient u ook een accountantsverklaring te overleggen.

    Om de berekening die daarvoor nodig is te kunnen maken, zal een online tool beschikbaar worden gesteld.

    Als u een voorschot boven de € 20.000 of een vaststellingsbedrag boven de € 25.000 ontvangt, moet u een verklaring van een derde overleggen die de omzetdaling bevestigt. Dit kan bijvoorbeeld gaan om een administratiekantoor, financieel dienstverlener, of brancheorganisatie. De Belastingdienst vraagt een dergelijke derdenverklaring ook bij uitstel van betaling bij bijzondere omstandigheden.

    Uw plichten
    De volgende plichten zijn er ten opzichte van NOW 1.0 bijgekomen.

    Keer geen winstuitkering en bonussen uit aan aandeelhouders, bestuur en directie, en koop geen eigen aandelen. Dit geldt alleen als het voorschot op de tegemoetkoming € 100.000 of meer is, of als de definitieve tegemoetkoming € 125.000 of meer is.

    Stimuleer uw werknemers om zich bij te scholen of om te scholen, zodat zij zich kunnen aanpassen aan de nieuwe economische situatie. Hiervoor moet u bij de NOW-aanvraag een verklaring afleggen. Via het crisisprogramma Nederland Leert Door kunnen mensen van 1 juli tot en met december 2020 kosteloos online scholing volgen en adviezen voor hun ontwikkeling krijgen.

    Dient u voor 20 of meer werknemers een ontslagaanvraag in? Dan wordt de aan u toegekende subsidie met 5% verlaagd, tenzij u een akkoord heeft bereikt over de ontslagaanvraag met de belanghebbende vakbond(en) of een andere vertegenwoordiging van uw werknemers. Is er géén akkoord over de ontslagaanvraag? Dan blijft de tegemoetkoming ook in stand als u en de vertegenwoordiging van uw werknemers een commissie (ingericht door de Stichting van de Arbeid) hebben gevraagd om te beoordelen of de ontslagaanvraag noodzakelijk is. Daarbij mag u dit verzoek niet ingetrokken hebben op het moment dat u de tweede tegemoetkoming NOW aanvroeg.

    Berekening
    Het volgende is ten opzichte van NOW 1.0 veranderd in de berekening.

    Het percentage omzetverlies wordt berekend over 4 in plaats van 3 maanden.

    De verhoging van de loonkosten om vakantiegeld, pensioenpremie en andere werkgeverslasten te compenseren gaat van 30% naar 40%. Dit is om ook andere kosten dan loonkosten te compenseren.

    Voor de hoogte van het voorschot geldt de loonsom van maart 2020 als basis. Dit omdat maart 2020 de meest recente maand is waarover het UWV volledige loongegevens beschikbaar heeft in de polisadministratie. Als de loonsom van maart 2020 niet in de polisadministratie staat, geldt de loonsom van november 2019. In beide gevallen gaat het UWV uit van de gegevens die op 15 mei 2020 bekend waren.

    Als u NOW aanvraagt, gaat u ermee akkoord dat de naam van uw organisatie, de vestigingsplaats, het voorschot en de definitieve tegemoetkoming openbaar gemaakt worden. Alle andere gegevens, zoals uw adres, worden dus niet openbaar gemaakt.

    Tip: Hier vindt u meer informatie over de aanvraag NOW 2.0.

  • 03-07-2020 // Excessief lenen van uw BV

    Leent u meer dan € 500.000 van uw eigen BV? Onlangs is het wetsvoorstel ingediend dat excessieve leenverhoudingen tussen BV’s en hun aandeelhouders ontmoedigt. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2023. Het wetsvoorstel wijkt af van eerdere aankondigingen. Wat zijn de hoofdlijnen?

    Grens van € 500.000
    Leent u, eventueel samen met uw partner, meer dan € 500.000 van uw BV of BV’s, dan geldt het meerdere als inkomen in Box 2. De grens schuift op met de schuld die u eerder als inkomen hebt bijgeteld. Zo wordt dubbele belastingheffing voorkomen. 

    Peildatum
    De peildatum voor de omvang van uw schuld is 31 december. U hebt dus tot en met 31 december 2023 de mogelijkheid om uw schuldpositie terug te brengen tot ten hoogste € 500.000.

    Uitzondering: financiering eigen woning
    Buiten de maatregel blijven leningen voor de financiering van de eigen woning. Daarbij geldt als voorwaarde dat een recht van hypotheek op deze woning is verstrekt aan de BV. Deze voorwaarde geldt echter niet voor eigenwoningschulden die voor 31 december 2022 zijn aangegaan.  

    Lening blijft lening
    Deze maatregel heeft geen civielrechtelijke betekenis. De lening, inclusief rente- en aflossingsverplichtingen, blijft dus gewoon bestaan, ook al wordt in verband met het bovenmatige deel van de lening inkomen in box 2 bijgeteld.

    Tip: Leent u meer dan € 500.000 van uw BV, vraag dan tijdig advies over uw situatie onder dit wetsvoorstel. Sommige oplossingen om de nieuwe belastingheffing te voorkomen vragen immers tijd.   

  • 19-06-2020 // Tijdelijke Overbruggingsregeling voor Flexibele Arbeidskrachten (TOFA)

    Flexibele arbeidskrachten kunnen ook een beroep doen op een financiële tegemoetkoming. Daarvoor is de Tijdelijke Overbruggingsregeling voor Flexibele Arbeidskrachten (TOFA) in het leven geroepen. De uitkering is bedoeld voor werknemers met een flexibel contract die door de coronacrisis (bijna) geen inkomsten hebben en geen uitkering kunnen krijgen. De regeling bestaat uit een eenmalige tegemoetkoming voor de periode maart, april en mei 2020.

    Hoe hoog is de tegemoetkoming TOFA?
    De hoogte van de tegemoetkoming TOFA is € 1.650 bruto. Dat is € 550 bruto per maand voor de periode maart, april en mei 2020. De tegemoetkoming wordt in 1 keer uitbetaald. De tegemoetkoming telt mee voor uw bruto jaarinkomen van 2020. Houd daar rekening mee bij uw belastingaangifte. De tegemoetkoming kan hierdoor ook invloed hebben op de hoogte van eventuele toeslagen.

    Voorwaarden voor de tegemoetkoming TOFA

    • U was op 1 april 2020 minimaal 18 jaar oud en u had nog niet de AOW-leeftijd bereikt.
    • Uw sv-loon over februari 2020 was minimaal € 400.
    • Uw sv-loon over maart 2020 was minimaal € 1.
    • Uw sv-loon over april 2020 was maximaal € 550.
    • Uw sv-loon over april 2020 was minimaal 50% lager dan uw sv-loon over februari 2020.
    • U kreeg over april 2020 geen uitkering of andere tegemoetkoming in uw inkomsten.

    Vanwege verlies van inkomsten door de coronacrisis heeft u de tegemoetkoming TOFA nodig voor kosten van levensonderhoud.

    Tip: U kunt de TOFA nog niet aanvragen. Streefdatum is 22 juni 2020. U hebt dan drie weken de tijd om uw aanvraag in te dienen.