"FR Accountancy zorgt dat er
achteraf geen verrassingen zijn"

Nieuws

  • 07-06-2019 // Wet arbeidsmarkt in balans en transitievergoeding

    De Wet arbeidsmarkt in balans is door de Eerste Kamer en treedt op 1 januari 2020 in werking. Dat heeft flinke gevolgen voor de transitievergoeding. Zo krijgt in principe iedere werknemer bij ontslag recht op transitievergoeding. Ook bij een kortlopend contract. Er zijn meer wijzigingen. We geven een overzicht met rekenvoorbeelden.

    Huidige regeling
    De werkgever betaalt de transitievergoeding bij ontslag, behalve als de arbeidsovereenkomst korter heeft geduurd dan twee jaar of als de medewerker zelf vertrekt. De vergoeding wordt bepaald aan de hand van de volledig gewerkte halve jaren. De eerste 10 jaar tellen elk mee voor een derde van een bruto maandsalaris, elk volgend jaar telt voor de helft van een bruto maandsalaris.

    Nieuwe regeling
    Straks heeft in principe iedere medewerker bij ontslag recht op een transitievergoeding, ook oproepkrachten of werknemers die in de proeftijd worden opgezegd. De tweejaarstermijn vervalt immers. Ook de berekeningswijze verandert. De vergoeding wordt berekend op basis van de dagen die de arbeidsovereenkomst heeft geduurd. Daarbij tellen alle jaren voor een derde bruto maandsalaris. De opslag voor dienstjaren boven tien 10 jaar vervalt.

    Voorbeeld 1
    Pieter werkt 7 jaar en 4 maanden bij zijn werkgever als hij wordt ontslagen. Hij verdient bruto € 3.600 per maand. Nu ontvangt hij  € 8.400. Hij werkt immers zeven volledige jaren en ontvangt per jaar een derde van zijn bruto maandsalaris. Straks ontvangt hij € 400 meer omdat ook de laatste vier maanden meetellen.

    Voorbeeld 2
    Francien werkt 12 jaar bij haar werkgever als ze wordt ontslagen. Ze verdient bruto € 3.000 per maand. Nu ontvangt ze € 13.000. Ze werkt immers 12 volledige jaren en ontvangt dus 10 maal een derde en 2 maal een half maandsalaris. Straks ontvangt ze slechts € 12.000, 12 maal een derde maandsalaris.

    Tip: Aan de hand van de rekenvoorbeelden kunt u snel de transitievergoeding bij ontslag na 1 januari 2020 berekenen. Een ontslag heeft uiteraard meer financiële gevolgen. Desgewenst brengen we die graag voor u in kaart.

  • 07-06-2019 // Wet arbeidsmarkt in balans aangenomen

    De Eerste Kamer heeft de Wet arbeidsmarkt in balans aangenomen. Dat betekent dat deze wet op 1 januari aanstaande in werking treedt. Dan mag een werkgever drie tijdelijke contracten aanbieden over een periode van maximaal drie jaar, in plaats van nu twee jaar. Bij het vierde contract of bij overschrijding van de drie jaar ontstaat automatisch een contract voor onbepaalde tijd. Wat zijn andere belangrijke wijzigingen?

    Ontslag wordt soms eenvoudiger
    Aan de gronden voor ontslag wordt de zogenaamde cumulatiegrond toegevoegd. Deze is bedoeld voor een samenloop van redenen voor ontslag die op zichzelf als grond onvoldoende zouden zijn of onvoldoende onderbouwd zijn in het ontslagdossier. Straks kan zo’n combinatie van factoren tot de conclusie leiden dat de werkgever het dienstverband mag verbreken.

    Ontslag wordt dan wel duurder
    De rechter kan bij een beroep op de cumulatiegrond de werknemer naast de transitievergoeding een extra vergoeding toekennen van maximaal 50% van de transitievergoeding.

    Oproepkrachten beter beschermd
    De werkgever moet elke oproepkracht na twaalf maanden een aanbod doen om een vast aantal uren te komen werken. Dat vaste aantal uren wordt bepaald door het gemiddelde aantal uren dat de oproepkracht in die twaalf maanden heeft gewerkt. Als de werkgever dit aanbod niet doet, kan de oproepkracht het loon claimen dat hoort bij het vaste aantal uren dat de werkgever had moeten aanbieden. Ook moeten oproepkrachten straks minimaal vier dagen van tevoren schriftelijk worden opgeroepen.

    Payrollwerknemers beter af
    Voor payrollwerknemers gelden ingaande 2020 de gewone ontslagregels en dezelfde arbeidsvoorwaarden als die van werknemers die rechtstreeks in dienst zijn van de inlenende werkgever.

    Tip: Werkt u met tijdelijke contracten en/of met oproepkrachten. Maak dan tijdig een inventarisatie. De nieuwe ketenregeling voor tijdelijke contracten gaat namelijk gelden voor alle tijdelijke contracten die eindigen op of na 1 januari 2020. Als een oproepkracht op 1 januari 2020 al twaalf maanden of langer voor u werkzaam is, moet u voor 1 februari 2020 een aanbod doen voor een vast aantal uren.

  • 07-06-2019 // Vergoeding meewerkende partner niet aftrekbaar

    Een ondernemer met een eenmanszaak redigeert manuscripten van boeken. Zijn vrouw helpt hem een aantal uren per week. Daarvoor betaalt de ondernemer haar een vast bedrag van € 1.500 per jaar. De Belastingdienst weigert aftrek van deze vergoeding.

    Volgens de ondernemer gaat het om een vrijwilligersvergoeding zoals bedoeld in de Wet op de Loonbelasting. De Belastingdienst stelt dat de aftrek van een vergoeding lager dan € 5.000 aan de meewerkende partner op basis van de Wet op de Inkomstenbelasting niet aftrekbaar is van de winst.

    De rechtbank geeft de Belastingdienst gelijk en overweegt dat daarbij niet van belang is of de vergoeding een vrijwilligersvergoeding is. Dat kan hoogstens relevant zijn voor de belastingheffing bij de partner.

    Let op: De fiscale wetgeving bevat diverse mogelijkheden voor een fiscaal gunstige beloning van de meewerkende partner. We geven u graag advies.

  • 07-06-2019 // Vennoot in VOF of loondienst?

    Na 22 jaar in vaste dienst te hebben gewerkt voor een postbedrijf, treedt een postbezorger uit dienst en gaat hij via een uitzendbedrijf voor dat postbedrijf werken. Even later treedt hij toe tot een VOF van waaruit hij de werkzaamheden blijft verrichten. Dat doet hij met een leaseauto van de VOF. Hij krijgt maandelijks een vast voorschot uit de VOF. De inkomsten uit de VOF geeft hij aan als winst uit onderneming. De Belastingdienst bestrijdt dat.

    De rechter stelt de Belastingdienst in het gelijk. Waarom? De onderneming van de VOF wordt feitelijk gedreven door een andere vennoot. Alleen deze vennoot is volgens het VOF-contract bevoegd om voor de VOF te handelen en samenwerkingsverbanden met derden aan te gaan. Hij is degene die met de opdrachtgevers vervoersovereenkomsten met prijsafspraken sluit. Het postbedrijf schrijft uitsluitend aan deze vennoot voor hoe de post bezorgd moet worden en bovendien dat hij de andere vennoten moet controleren. De conclusie luidt dat de postbezorger in dienst is van de andere vennoot en dat hij loon geniet in plaats van winst uit onderneming.

    Tip: In de rechtspraak zien we ook VOF-constructies waarbij wel degelijk sprake is van ondernemerschap en zelfstandigheid. Het gaat om details in de juridische en feitelijke invulling.

  • 24-05-2019 // Verlies op geldlening aan zakenpartner

    Een ondernemer maakt vanuit zijn eenmanszaak educatieve games voor onderwijsinstellingen. Een zakenpartner ontwikkelt vanuit een BV entertainment games. Ze gaan in de BV samen een afdeling opzetten die serious en applied games gaat maken voor zorg en onderwijs. Daartoe leent de ondernemer aan de BV van de zakenpartner een bedrag van ruim € 380.000. De BV kan de schuld niet terugbetalen.

    De vraag is nu of het verlies op de lening een aftrekbaar ondernemingsverlies is. Daaraan vooraf gaat de vraag of de verstrekte lening tot het ondernemingsvermogen behoort. Beslissend is of de ondernemer de lening heeft verstrekt binnen het kader van de normale bedrijfsuitoefening.

    Volgens de rechter is dat niet het geval. De activiteiten van de BV houden geen verband met de eigen ondernemingsactiviteiten. De BV ontwikkelt immers entertainment games, terwijl de ondernemer zich bezighoudt met educatieve games. De beoogde samenwerking bestaat uitsluitend uit het lenen van geld.

    Dit betekent dat de ondernemer de lening fiscaal gezien als privébelegging heeft verstrekt. Daarbij is niet relevant dat de geleende gelden vanaf de zakelijke bankrekening zijn overgeboekt. Het verlies op de lening is niet aftrekbaar.

    Tip: Leent u, als inkomstenbelasting-ondernemer, geld uit aan een zakenrelatie, bijvoorbeeld met het oog op een mogelijke samenwerking, dan vormt die lening geen ondernemingsvermogen. Het is in principe een bedrijfsvreemde activiteit die vanuit privé plaatsvindt. Goed advies over de juridische vormgeving van de eventuele samenwerking kan u fiscaal voordeel opleveren.