Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen?

Als registeraccountant volg ik jaarlijks diverse cursussen om mijn vakkennis uit te breiden en op de hoogte te zijn van de nieuwste wet- en regelgeving.

Hieronder vindt u het laatste nieuws uit de sector. Wilt u weten hoe dit op uw onderneming of persoonlijke situatie van invloed is? Neem dan contact met mij op.

  • 15-01-2021 // Minderheidsaandeelhouders verzekerd

    Een BV heeft vier soorten aandelen: A, B, C en gewone. De gewone aandelen hebben in het totaal 28,47% stemrecht. Managers hebben ieder via een eigen management-bv een derde van de gewone aandelen, dus ieder 9,49%. Zijn de managers verzekerd voor de werknemersverzekeringen en dus premies WW, WAO, WIA en ZW verschuldigd? Zelf vinden ze van niet. De Belastingdienst oordeelt anders.

    De rechter toetst of de managers hun werkzaamheden voor het bedrijf hebben verricht als werknemer.

    Persoonlijk arbeid verrichten
    Er is in de managementovereenkomsten een verplichting afgesproken om persoonlijk arbeid te verrichten. De managers konden zich niet zomaar laten vervangen.

    Tegenprestatie voor de arbeid
    Overeengekomen is ook dat het bedrijf een jaarlijkse vergoeding verschuldigd is voor de werkzaamheden. Die verplichting loopt door in geval van ziekte of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.

    Gezagsverhouding
    Uit de juridische structuur volgt dat de managers voor hun werkzaamheden onder het gezag staan van de vergadering van aandeelhouders. De aandeelhoudersvergadering is statutair bevoegd tot het geven van instructies, de bepaling van de beloning, en tot de benoeming, de schorsing en het ontslag van de managers. De managers hebben naast hun minderheidsbelangen in de structuur feitelijk een ondergeschikte positie ten opzichte van de aandeelhouders A, B en C.

    Van zelfstandig ondernemerschap van de managers of een samenwerkingsverband vergelijkbaar met een maatschap is geen sprake. Ze genieten geen inkomsten uit andere bronnen en zijn verplicht om vijf dagen per week voor het bedrijf te werken. Dat ze wel zelf bepalen of zij voor het bedrijf willen werken maakt dit niet anders, omdat ook werknemers zelf kunnen bepalen of (en tegen welke voorwaarden) zij een dienstverband willen aangaan of niet.

    Uitzondering?
    De uitzondering van de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder is niet van toepassing, omdat gelet op de hoeveelheid aandelen van 9,49% van ieder van de drie management-BV’s geen sprake is van bestuurders die in de vergadering van aandeelhouders een gelijk of een nagenoeg gelijk aantal stemmen kunnen uitbrengen. De rechtbank ziet in de omstandigheid dat de bestuurders een hoge beloning ontvangen voor hun werkzaamheden ook geen wettelijke grondslag voor een vrijstelling van de verzekeringsplicht.

    Conclusie rechter
    De rechtbank is van oordeel dat de arbeidsverhouding tussen het bedrijf en de managers een dienstbetrekking vormt, zodat zij als werknemers verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen.

    Tip: Veel managers die via een management-BV opereren vinden de premies werknemersverzekeringen te hoog in relatie tot de kans dat zij persoonlijk een uitkering uit deze verzekeringen krijgen. Daarom willen ze geen verzekeringsplicht werknemersverzekeringen. Soms kan dat door de juridische structuur worden voorkomen. Dat luistert nauw, zoals uit deze uitspraak blijkt. We adviseren u hier graag over.

  • 15-01-2021 // Verplicht akkoord schuldeisers

    Veel ondernemingen kunnen door de coronamaatregelen hun bedrijfsvoering niet op de gebruikelijke manier voortzetten. Daarom krijgen meer ondernemingen te maken met geldproblemen. Misschien zelfs met een dreigend faillissement. De Wet Homologatie Onderhands Akkoord kan oplossing bieden. Sinds 1 januari 2021 is het makkelijker om een akkoord te bereiken met schuldeisers en aandeelhouders over de herstructurering van schulden.

    Verplicht akkoord
    De nieuwe wet maakt het mogelijk om, als er een akkoord is met een deel van de schuldeisers, ook onwillige schuldeisers of aandeelhouders te dwingen in te stemmen met een aangeboden akkoord. De rechtbank moet dat akkoord wel hebben goedgekeurd (homologatie).

    Voorwaarden onderneming
    Uw onderneming moet aan de volgende voorwaarden voldoen, anders is homologatie niet mogelijk:

    • U kunt de schulden van uw bedrijf niet meer betalen.
    • Uw bedrijf is in principe winstgevend.
    • Het onderhands akkoord is gunstiger voor uw schuldeisers dan faillissement van uw bedrijf.
    • U heeft een haalbaar plan dat aan wettelijke voorschriften voldoet. De inhoud van het akkoord mag u verder zelf bepalen.
    • U zorgt voor een eerlijke en gelijke verdeling van geld en bezittingen over alle schuldeisers.
    • Minstens 1 schuldeiser moet vóór het akkoord stemmen.
    • De arbeidsvoorwaarden van uw personeel blijven hetzelfde.

    Tip: De WHOA-procedure is kort, maar ook ingewikkeld. Laat u daarom bijstaan door een juridisch of financieel adviseur. Een stappenplan vindt u hier op de website van de kamer van Koophandel.

  • 15-01-2021 // Rittenadministratie hersteld

    Een zzp-er heeft een Peugeot 3008 op de zaak. In privé is er een Peugeot 306. Voor de zakelijke auto houdt hij in Excel een rittenadministratie bij. Tijdens een boekenonderzoek blijkt dat de Excel beschadigd is. De zzp-er maakt een reconstructie met het nog leesbare deel van de Excel, zijn urenregistratie, zijn agenda, zijn facturen en een routeplanner. Maar de reconstructie is niet sluitend en bevat verschillen met kilometerstanden volgens de FIOD infodesk. Wel of geen bijtelling privégebruik?

    Tweede reconstructie
    De zzp-er heeft, met dank voor de extra informatie van de FIOD, een verbeterde reconstructie gemaakt. Deze is nagenoeg sluitend en geeft over de gecontroleerde jaren telkens een privégebruik aan van minder dan 500 kilometer.

    Standpunt Belastingdienst
    Er is geen sprake van een sluitende en dagelijks bijgehouden rittenregistratie. De achteraf (bij twee gelegenheden) herstelde rittenregistratie is niet controleerbaar en bevat een aantal aantoonbare gebreken. Van een aantal veel voorkomende ritten heeft de Belastingdienst met behulp van verschillende routeplanners de afstand berekend. Uit die berekeningen volgt dat de geregistreerde kilometerstanden niet juist kunnen zijn.

    De kilometerstanden in de tweede herstelde versie zijn niet ontleend aan daadwerkelijk geregistreerde kilometerstanden. In zijn bewijsnood is de zzp-er naar de FIOD-kilometerstanden toe gaan rekenen. Verder zijn er inconsistenties tussen de twee versies van de herstelde rittenregistratie. Het aantal kilometers per rit verschilt soms tussen de versies. Ook staan er in de twee versies soms andere ritten vermeld, zodat zonder primaire bescheiden niet te controleren is of de ritten in de tweede herstelde rittenregistratie juist zijn.

    Overwegingen rechter
    Bijhouden van een rittenregistratie, die voldoet aan de gestelde vereisten, is de gemakkelijkste manier om te voldoen aan de bewijslast dat een zakelijke auto voor niet meer dan 500 kilometer per jaar voor privédoeleinden wordt gebruikt.

    Een rittenregistratie is echter niet de enige mogelijkheid om aan die bewijslast te voldoen. Sterker nog, zelfs alleen de eigen verklaring van de belastingplichtige kan genoeg zijn: het gaat erom hoeveel gewicht die verklaring in de schaal legt. Van belang is dat niet het precieze aantal gereden (privé)kilometers moet worden bewezen. Het gaat om het niet overschrijden van de grens van 500 privékilometers per kalenderjaar. De zzp-er hoeft dus niet tot achter de komma te bewijzen hoeveel kilometers hij privé heeft gereden, maar alleen dat het er niet meer dan 500 zijn geweest.

    Toetsing rechter
    De rechtbank is van oordeel dat de opzet van de rittenregistratie op zichzelf geen slechte weergave is van het gebruik van de auto. De registratie bevat echter geen exacte adressen, zodat de rittenregistratie niet voldoet aan de daaraan gestelde eisen.

    De rechtbank vindt dat de zzp-er zijn best gedaan heeft om de rittenregistratie zo nauwkeurig als mogelijk te herstellen. Het achteraf herstellen heeft echter tot gevolg gehad dat er problemen zijn ontstaan in de rittenregistratie. Zo zijn er nog steeds aansluitverschillen en wordt voor veel ritten telkens exact hetzelfde aantal gehele kilometers weergegeven. Uit de manier waarop de rittenregistratie is opgezet, leidt de rechtbank af dat de zzp-er zich wel altijd bewust geweest is van de noodzaak om zijn ritten goed bij te houden.

    De rechtbank moet echter beoordelen of de zzp-er met hetgeen hij als bewijs heeft aangevoerd, slaagt in de op hem rustende zware bewijslast. Vervolgens gaat de rechter per controlejaar toetsen of hij overtuigd is dat in dat jaar minder dan 500 kilometers privé zijn gereden met de zakelijke auto. Dat is bij twee van de vijf controlejaren het geval.

    Let op: Om bijtelling te voorkomen, is een kilometeradministratie die aan de vereisten voldoet de makkelijkste manier. Maar als het moet, kan het anders, bijvoorbeeld als de digitaal opgestelde kilometeradministratie beschadigd is. De uitkomst staat dan niet vast.

  • 15-01-2021 // Opiatenkluis verleidt verpleegkundige

    Een verpleegkundige in een zorginstelling voor ouderen heeft privéproblemen. Ze steelt geregeld voor zichzelf een zware pijnstiller uit de opiatenkluis. Daar zijn camerabeelden van. Er volgt een confrontatiegesprek dat leidt tot ontslag op staande voet. Ze wendt zich tot de rechter.

    Redenen ontslag op staande voet
    De ontslagbrief vermeldt dat de verpleegkundige op staande voet is ontslagen vanwege het stelen of wederrechtelijk toe-eigenen van opiaten, het innemen van opiaten die toebehorende aan de werkgever en bedoeld zijn voor cliënten aan wie de werkgever zorg verleent, en het verlenen van zorg onder invloed van een opiaat. Uit wat verder in de brief staat, blijkt dat deze constatering is gebaseerd op camerabeelden waarop te zien is dat de verpleegkundige in de opiatenruimte opiaten pakt, in haar mond stopt en doorslikt.

    Tijdens de rechtszitting bekent de verpleegkundige schuld. Haar advocaat doet zijn werk en brengt nog enkele argumenten naar voren.

    Bagateldelict?
    Van een bagateldelict is geen sprake. Opiaten hebben niet een (zeer) geringe of verwaarloosbare waarde. Ze worden niet voor niets in een speciale kluis bewaard en er gelden strikte regels voor de omgang met opiaten.

    Persoonlijke omstandigheden
    De rechter weegt ook de omstandigheden van de werkneemster, zoals leeftijd, de aard en duur van het dienstverband, de wijze waarop de werkneemster tijdens het dienstverband heeft gefunctioneerd en de gevolgen die een ontslag op staande voet voor haar zouden hebben.

    Oordeel rechter
    Het ontslag op staande voet is terecht gegeven. Het handelen van de verpleegkundige is ernstig verwijtbaar. Ze heeft het vertrouwen van de werkgever ernstig geschaad en haar verplichtingen ernstig geschonden. Daarom heeft ze geen recht op transitievergoeding.

    Onderzoekskosten
    De werkgever heeft nog verzocht om een vergoeding van de bijna € 12.500 onderzoekskosten, die een bedrijfsrecherchebureau in rekening heeft gebracht.

    In beginsel volgt de kantonrechter de werkgever dat het redelijkerwijze noodzakelijk was om een extern onderzoeksbureau in te schakelen. Maar de werkgever heeft onvoldoende onderbouwd welk gedeelte van de onderzoekswerkzaamheden aan de gedragingen van de verpleegkundige toegerekend kunnen worden. De facturen hebben betrekking op een ruime periode en het staat niet vast dat de verpleegkundige verantwoordelijk is voor vermissingen in de gehele periode. Bovendien heeft het onderzoek zich niet alleen toegespitst op de verpleegkundige maar op het hele bedrijf. De verzochte vergoeding van onderzoekskosten wordt daarom niet toegekend.

    Let op: Een duidelijk geval van dringende redenen voor ontslag op staande voet en ernstig verwijtbaar handelen zodat ook voor de transitievergoeding geen plaats is. Vergoeding van onderzoekskosten in zo’n geval is mogelijk. Maar u moet ze goed onderbouwen in relatie tot de handelingen van de verdachte werknemer.

  • 01-01-2021 // Wijziging BTW zonnepanelen

    Op 1 januari 2020 is de nieuwe kleineondernemersregeling (KOR) in werking getreden. Deze heeft gevolgen voor de BTW-heffing bij particulieren die zonnepanelen aanschaffen. De Belastingdienst heeft een nieuw besluit met praktische vragen en antwoorden over deze BTW-gevolgen gepubliceerd. Dit besluit geldt met ingang van 24 december 2020.

    Belangrijke wijzigingen zijn de verplichte aanmelding en afmelding voor de KOR, de automatische omzetting naar de nieuwe KOR van onder de oude KOR geregistreerde zonnepaneelhouders, de minimale toepassingsduur van de kleineondernemersregeling van drie jaar, en de uitbreiding van de reikwijdte van de kleineondernemersregeling tot rechtspersonen.

    Tip: Hebt u zonnepanelen of overweegt u de aanschaf ervan, en wilt u op de hoogte zijn van alle BTW-aspecten, lees dan deze vragen en antwoorden van de Belastingdienst.

Wat uw plannen ook zijn...

FR Accountancy helpt u graag verder!

Neem contact op