"FR Accountancy zorgt dat er
achteraf geen verrassingen zijn"

Nieuws

  • 31-07-2020 // Vaststellingsovereenkomst schuld eigen BV

    Een directeur-grootaandeelhouder heeft een schuld van bijna € 1.3 miljoen aan zijn BV. De Belastingdienst eist dat de schuld op € 75.000 na binnen twee jaar volledig wordt afgelost. Zo niet, dan wordt het meerdere belast met inkomstenbelasting. Partijen leggen dit na uitgebreid overleg vast in een vaststellingsovereenkomst. Aflossing lukt echter niet, een aanslag van ruim € 800.000 volgt, en de rechter komt eraan te pas.

    Dwaling?
    Volgens de directeur-grootaandeelhouder is de aanslag ten onrechte opgelegd omdat hij redelijkerwijs niet kan worden gehouden aan de vaststellingovereenkomst. Hij zou in dwaling hebben verkeerd over zijn eigen financiële mogelijkheden om de schuld af te lossen.

    De rechter maakt hier korte metten mee. Als partijen in onzekerheid verkeren over de vraag of en in hoeverre bepaalde feiten of omstandigheden voor hun rechtsverhouding van betekenis zijn, en zij ter voorkoming van een geschil daarover een vaststellingsovereenkomst sluiten, kunnen ze zich ten aanzien van de vraag waarover zij in het onzekere verkeerden, achteraf niet op dwaling beroepen.

    In dit geval was duidelijk dat de aandeelhouder in financiële moeilijkheden verkeerde, maar hij had zelf de verwachting dat lopende projecten op korte termijn voldoende inkomsten zouden opleveren om de schuld aan zijn BV af te lossen. Deze verwachting is helaas niet uitgekomen. Dat is iets anders dan dwaling over de uitgangssituatie.

    Dwang door Belastingdienst?
    Vervolgens stelt de directeur-grootaandeelhouder dat de overeenkomst onder dwang, vanwege zijn  financiële problemen, tot stand is gekomen. Ook hier gaat de rechter niet in mee. In de aanloop naar de vaststellingsovereenkomst heeft uitvoerige correspondentie plaatsgevonden tussen de Belastingdienst, de aandeelhouder en diens adviseur. De aandeelhouder heeft steeds voldoende tijd en ruimte gehad om de vaststellingsovereenkomst te beoordelen en zich daarover door zijn adviseur te laten voorlichten. De Belastingdienst heeft hierbij geen (ontoelaatbare) druk uitgeoefend.

    Tip: Als u de schuld aan uw BV niet (meer) kunt aflossen, kan sprake zijn van een belaste winstuitdeling. Een discussie met de Belastingdienst over uw aflossingscapaciteit kan resulteren in een vaststellingsovereenkomst waarin een aflossingsschema wordt vastgelegd, maar ook de gevolgen als dat niet wordt nagekomen.

  • 31-07-2020 // SLIM Subsidie

    MKB-ondernemers kunnen in september 2020 subsidie aanvragen voor scholing en ontwikkeling. Het gaat om een subsidie van maximaal € 24.999 (in de landbouw € 20.000). Voor het kleinbedrijf is de subsidie maximaal 80% van de subsidiabele kosten, als die kosten ten minste € 5.000 bedragen.

    Waarvoor kunt u subsidie aanvragen?
    U kunt voor de volgende activiteiten subsidie aanvragen:

    1. de doorlichting van de onderneming uitmondend in een opleidings- of ontwikkelplan gericht op het inzichtelijk maken van de scholingsbehoefte vanuit het perspectief van de onderneming;
    2. het verkrijgen van loopbaan- of ontwikkeladviezen ten behoeve van werkenden in de onderneming, of in geval van een samenwerkingsverband werkenden in andere mkb-ondernemingen;
    3. het ondersteunen en begeleiden bij het ontwikkelen of invoeren van een methode in de onderneming die werkenden in de onderneming stimuleert hun kennis, vaardigheden en beroepshouding verder te ontwikkelen tijdens het werk;
    4. het gedurende enige tijd bieden van praktijkleerplaatsen ten behoeve van een beroepsopleiding of een deel daarvan in de derde leerweg bij een erkend leerbedrijf. Als de subsidieaanvraag bestaat uit een enkele praktijkleerplaats ten behoeve van een beroepsopleiding in de derde leerweg, geldt de ondergrens van € 5.000 niet.

    Termijnen
    U kunt de subsidie aanvragen van 1 september 2020 09:00 uur tot 30 september 2020 17:00 uur. Voor de aanvraag dient u zich te registreren, dat kan vanaf half augustus 2020.

    Volledige aanvragen worden behandeld in volgorde van binnenkomst. Een beslissing op de aanvraag kan na inhoudelijke toetsing 18 weken op zich laten wachten.
     
    Uw initiatief moet een looptijd hebben van maximaal twaalf maanden en starten uiterlijk drie maanden na toekenning van de subsidie.

    Tip: Ontwikkeling van uw bedrijf vraagt wellicht nieuwe competenties van uw medewerkers. Deze subsidie helpt u bij de financiering van scholing en ontwikkeling. We zijn u graag van dienst bij de aanvraag.

  • 31-07-2020 // Werknemer weigert mediation

    Een medewerker van een fabriek die op maat deuren en kasten maakt, moet aan het werk bij de kartonmachine. Dat weigert hij aanvankelijk. Daarna zijn er wat strubbelingen met de leidinggevende en collega’s. De medewerker meldt zich ziek. De bedrijfsarts adviseert een time-out en mediation.

    Medewerker blijft weg bij mediation
    De werkgever nodigt medewerker uit voor een gesprek met een mediator, maar de medewerker verschijnt niet en is niet telefonisch bereikbaar. Een nieuwe uitnodiging volgt, plus een mededeling dat de afwezigheid bij de eerste afspraak als ongeoorloofd verzuim wordt beschouwd en dat afwezigheid bij de tweede afspraak zal leiden tot opschorting van loon. De medewerker verschijnt weer niet en opschorting van loon volgt. Hij deelt een personeelsfunctionaris mee dat hij geen uitnodiging voor een gesprek heeft ontvangen, dat hij ziek is en dat contact daarom via de bedrijfsarts moet lopen.

    Werkgever verzoekt ontbinding
    De werkgever verzoekt de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst zonder toekenning van een transitievergoeding en om veroordeling van de medewerker in de proceskosten.

    Medewerker niet bij zitting
    De medewerker verschijnt niet op de zitting bij de kantonrechter.

    Oordeel rechter
    Het getuigt van goed werkgeverschap dat de werkgever het gesprek heeft willen aangaan in het bijzijn van een mediator. De medewerker heeft dit mediationtraject gefrustreerd door, zonder zich af te melden, tot tweemaal toe niet te verschijnen. Zijn standpunt dat hij alleen contact wilde met de bedrijfsarts omdat hij ziek was, valt niet te volgen. Het was immers juist geadviseerd door de bedrijfsarts dat partijen in gesprek zouden gaan. De medewerker heeft zo geen gevolg gegeven aan  redelijke voorschriften van de werkgever. Dat is ernstig verwijtbaar.

    De rechter wijst het verzoek om de arbeidsovereenkomst te ontbinden per direct toe. De medewerker heeft geen recht op een transitievergoeding en wordt bovendien veroordeeld in de proceskosten.

    Let op: Ontbinding van een arbeidsovereenkomst tijdens ziekte is wel degelijk mogelijk. De werknemer mag zijn herstel niet frustreren. We sluiten echter niet uit dat bij deze uitspraak meespeelde dat de medewerker niet op de zitting is verschenen.

  • 31-07-2020 // Meenemen plastic tasje leidt tot ontslag

    Een vulploegmedewerker bij Action pakt een plastic tasje bij de kassa om gekochte spullen mee naar huis te nemen. Dat is in strijd met de strikte huisregels die bij fraude of diefstal ontslag op staande voet in het vooruitzicht stellen. In een gesprek bekent de medewerker dat hij het tasje met een verkoopwaarde van € 0,03 niet heeft afgerekend en ontslag op staande voet volgt. De medewerker gaat naar de rechter.

    Bewust meegenomen zonder te betalen
    Uit diverse verklaringen komt vast te staan dat de medewerker het tasje bewust heeft meegenomen, zonder dit te betalen. Ook staat vast dat hij zich ervan bewust was te handelen in strijd met het zero-tolerance beleid.

    Zaak van zeer geringe waarde
    Het gaat om een plastic tasje met een verkoopwaarde van € 0,03 dat niet als een product in de schappen ligt, maar een middel is om producten mee te vervoeren. Dergelijke tasjes kostten vroeger niets en tegenwoordig vaak slechts een laag bedrag, vanuit de gedachte dat plastic milieuvervuilend is en het gebruik daarvan beperkt moet worden. Het meenemen van een plastic tasje is weliswaar niet geoorloofd, maar om dit te bestempelen als diefstal/verduistering of wederrechtelijke toe-eigening dekt in deze zaak de lading ook niet goed. Tot een daadwerkelijke verrijking van de dader komt het namelijk niet omdat het tasje eigenlijk niks waard is, anders dan bij diefstal van een voorwerp uit de schappen van een winkel.

    Positie medewerker
    De medewerker functioneerde prima en deed zijn werk naar tevredenheid. Hij is 41 jaar en had zijn leven dankzij deze functie na een periode van werkloosheid weer op de rit. Nu heeft hij een huurachterstand en zit in de schuldsanering. Een andere baan vinden is door zijn leeftijd en corona lastig. Het ontslag heeft hem dus zwaar getroffen.

    Oordeel rechter
    Ontslag op staande voet gaat in dit geval te ver. Het gaat over een plastic tasje, een vrijwel waardeloos voorwerp, tegenover zeer vergaande gevolgen voor de medewerker. De werkgever had  het zero-tolerance beleid in dit specifieke geval met een andere sanctie kunnen toepassen.

    De werkgever wordt veroordeeld tot het betalen van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging, een transitievergoeding, een billijke vergoeding en de proceskosten, een totaalbedrag van ruim € 8.000.

    Let op: Een helder strikt zero-tolerance beleid kan ontslag op staande voet onderbouwen. Maar ook daaraan zijn grenzen, zoals deze uitspraak duidelijk maakt.

  • 17-07-2020 // Huisartsenpraktijk in coƶperatie

    Een huisarts richt samen met haar dochter een coöperatieve vereniging huisartsenpraktijk op. De dochter werkt niet. De arts factureert de medische werkzaamheden aan de coöperatie, die ze in rekening brengt aan patiënten en verzekeraars. De huisarts claimt ondernemersaftrek en mkb-winstvrijstelling. De Belastingdienst weigert deze aftrekposten.

    Geen zelfstandigheid
    Volgens de Belastingdienst is de huisarts geen ondernemer. De huisarts verricht naast haar werkzaamheden als huisarts voor de coöperatie, wel werkzaamheden voor derden, maar niet zelfstandig en voor eigen rekening. Uit de stukken blijkt namelijk dat de facturen voor een aantal instellingen zijn betaald op het rekeningnummer van de coöperatie, waarvan het bankrekeningnummer ook op de facturen staat.

    Geen ondernemersrisico
    De huisarts heeft geen ondernemersrisico gelopen. Ze werkt binnen het kader van de coöperatie, een rechtspersoon die zelfstandig aan het rechtsverkeer deelneemt en op eigen naam en voor eigen rekening en risico optreedt. Dat laatste volgt ook uit de letters U.A. (uitsluiting van aansprakelijkheid) aan het slot van haar handelsnaam.

    De omstandigheid dat belanghebbende als huisarts wettelijk aansprakelijk kan worden gesteld voor haar werkzaamheden, maakt niet dat de onderneming feitelijk door belanghebbende is gedreven in plaats van door de coöperatie. Ook de omstandigheid dat de omzet van de coöperatie wordt gegenereerd door de werkzaamheden die belanghebbende verricht, maakt niet dat de onderneming voor rekening en risico van belanghebbende wordt gedreven in plaats van door de coöperatie. De huisartsenpraktijk wordt dus voor rekening en risico van de coöperatie gedreven.

    Schijnconstructie?
    De huisarts is van mening dat door de coöperatie heen gekeken moet worden, omdat zij alle economische risico’s loopt. De oprichting van de coöperatie is een schijnconstructie geweest en feitelijk drijft zij de onderneming van de coöperatie.

    Oordeel rechter
    De rechter stelt de Belastingdienst in het gelijk.

    Tip: Het lijkt erop dat iemand voor de huisarts en haar dochter een niet helemaal doordachte fiscale constructie heeft opgezet. Laat u deskundig adviseren over de rechtsvorm van uw onderneming.