Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen?

Als registeraccountant volg ik jaarlijks diverse cursussen om mijn vakkennis uit te breiden en op de hoogte te zijn van de nieuwste wet- en regelgeving.

Hieronder vindt u het laatste nieuws uit de sector. Wilt u weten hoe dit op uw onderneming of persoonlijke situatie van invloed is? Neem dan contact met mij op.

  • 10-09-2021 // Ontslag om coronaposts LinkedIn

    Een stafmedewerkster kennismanagement van een zorginstelling krijgt een waarschuwing vanwege haar LinkedIn-posts waarin ze zeer kritische berichten over het landelijke vaccinatie- en testbeleid deelt. Ze gaat er echter mee door. Haar werkgever volgt het landelijke beleid en vindt dat de gedeelde berichten voor haar mogelijk schadelijk zijn. Een verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst volgt.

    Vrijheid van meningsuiting
    Het recht op vrije meningsuiting is in de arbeidsrelatie niet onbegrensd. De werknemer dient zich als goed werknemer te gedragen. Bij de beoordeling daarvan gaat het om de aard van de meningsuiting, de motieven van de werknemer, de schade die de werkgever door de uitingen lijdt en de zwaarte van de opgelegde sanctie.

    Toetsing
    De medewerkster heeft volgens de rechter twee soorten LinkedIn berichten geplaatst of gedeeld.

    Allereerst gaat het om berichten waarin zij waarschuwt voor de gevaren van vaccineren tegen COVID-19 met het doel om een discussie te voeren over het vaccinatiebeleid en de wetenschappelijke onderbouwing daarvan. Daarmee wil ze deelnemen aan een maatschappelijke debat vanwege haar zorgen over de aanpak van de COVID-19-crisis. Verder is er geen achterliggend persoonlijk doel of motief zoals persoonlijke wrok of financieel gewin. De werkgever heeft door deze berichten geen schade geleden en zal ze moeten dulden.

    De medewerkster heeft echter ook berichten geplaatst of gedeeld die specifiek gericht zijn tegen mensen die meewerken aan het landelijke, en ook door de werkgever uitgevoerde (vaccinatie)beleid, waarin zij deze mensen (oorlogs)misdadigers noemt die persoonlijk aansprakelijk zijn voor hun handelen, waarin vaccineren als genocide wordt bestempeld en/of waarbij zij vergelijkingen trekt met de Tweede Wereldoorlog. Met het plaatsen van deze berichten heeft ze een grens overschreden die niet noodzakelijk was voor het door haar nagestreefde doel, terwijl de inhoud daarvan kwetsend is geweest voor haar eigen collega’s. Deze uitlatingen had de medewerkster als goed werknemer daarom niet publiek mogen maken.

    Ontbinding arbeidsovereenkomst
    De medewerkster ziet niet in dat zij in haar toonzetting te ver is gegaan en heeft nooit afstand gedaan van de berichten. Daarmee heeft zij ook geen poging ondernomen om de al toegebrachte schade te herstellen. Daarom kan van de werkgever in redelijkheid niet langer worden verlangd het dienstverband voort te zetten. Dit betekent dat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden vanwege verwijtbaar handelen van de medewerkster. Ze krijgt wel de wettelijke transitievergoeding.

    Let op: De coronacrisis heeft veel verhoudingen op scherp gezet. Met de beste bedoelingen ingenomen standpunten hebben hier en daar ook op de werkvloer tot een diepe controverse geleid. De toonzetting in relatie tot collega’s kan er toe leiden dat van goed werknemerschap geen sprake meer is.

  • 10-09-2021 // Aandelen BV vader te goedkoop gekocht

    Vader heeft een holding-BV die met name belegt in verhuurde panden. Hij schenkt in een gecompliceerde herstructurering aan elk van zijn twee kinderen € 5.000 waarmee ze ieder 5% van de aandelen van de Holding-BV kopen. De Belastingdienst corrigeert de verkoopprijs naar ruim € 500.000 en legt vader een navorderingsaanslag op.

    Niet onder normale omstandigheden gesloten overeenkomst
    Bij de herstructurering en overdracht aan de kinderen heeft er nooit een waardering of taxatie plaatsgevonden van de aandelen of het onroerend goed van de holding. Hoe de koopsommen tot stand zijn gekomen is onduidelijk en van eventuele onderhandelingen is niets schriftelijk vastgelegd. Dit vormt volgens de rechter een aanwijzing dat de koopsommen niet op zakelijke wijze tot stand zijn gekomen. Daarom moeten de koopsommen worden gesteld op de waarde in het economisch verkeer van de aandelen.

    Intrinsieke waarde
    De Belastingdienst berekent deze waarde aan de hand van de intrinsieke waarde. Dat is de waarde van de bezittingen van de holding. Als een BV courant onroerend goed verhuurt aan derden, komt volgens de rechter de waarde van dat onroerend goed tot uitdrukking in de waarde van de aandelen in die vennootschap. Ter bepaling van de waarde in het economische verkeer van die aandelen is het dus passend om aansluiting te zoeken bij de intrinsieke waarde van die aandelen.

    Rendementswaarde nihil?
    Volgens vader moet de rendementswaarde van de aandelen op nihil worden gesteld. De holding heeft in de voorbije jaren geen dividend uitgekeerd en de kinderen kunnen als minderheidsaandeelhouders geen invloed uitoefenen op het dividendbeleid. Bovendien hebben ze  geen toegang tot de uitkeerbare reserves.

    Deze redenering kan de rechter niet volgen. Als de 10% aandelen van de kinderen via deze redenering nihil waard is, zou de 90% aandelen van vader de gehele waarde van de holding vertegenwoordigen. Maar de kinderen zijn wel gerechtigd tot 10% van het vermogen van de holding.  

    Negatieve rentabiliteitswaarde?
    Ook stelt vader dat sprake is van een negatieve rentabiliteitswaarde. Het gemiddelde geconsolideerde resultaat over eerdere jaren was immers negatief. Volgens de rechter moet echter bij de bepaling van de rentabiliteitswaarde aansluiting worden gezocht bij de in de toekomst te verwachten winst.

    Bedrijfsopvolgingsregeling?
    Zijn de verhuuractiviteiten een onderneming in fiscale zin? Daarvoor is vereist dat de rond deze verhuur verrichte arbeid naar aard en omvang onmiskenbaar tot doel heeft het behalen van voordelen uit het onroerend goed, welke het bij normaal vermogensbeheer opkomende rendement te boven gaan. De onroerende zaken worden echter langdurig verhuurd aan dezelfde huurders op basis van huurcontacten met indexatie tegen een looptijd van tien jaar. Van ‘meerarbeid’ en ‘meerrendement’ is dan ook geen sprake. De bedrijfsopvolgingsregeling is niet van toepassing.

    Let op: Bij overdracht van aandelen aan de kinderen kan de Belastingdienst de gehanteerde prijs onderzoeken en eventueel corrigeren. Vraag tijdig advies als u wilt gaan starten met vermogensoverdracht aan de kinderen. Uw adviseur kent de fiscale valkuilen en mogelijkheden.  

  • 10-09-2021 // Werken met oproepkrachten

    Voor werkgevers die met oproepkrachten werken, is er met ingang van 2020 veel veranderd. Per 1 juli 2021 is er een verduidelijking over de ingangsdatum van de vaste arbeidsomvang bij gekomen. De overheid heeft daarom een kennisdocument samengesteld. We bespreken hieruit enkele praktijkvragen.

    In de dertiende maand van de arbeidsovereenkomst moet de werkgever een vaste arbeidsomvang aanbieden. Wanneer gaat de nieuwe arbeidsomvang gelden?
    De nieuwe arbeidsomvang geldt na aanvaarding door de werknemer. Daarvoor heeft de werknemer een maand de tijd. Per 1 juli 2021 is de wet op dit punt verduidelijkt. De vaste arbeidsomvang gaat in uiterlijk na twee maanden nadat de arbeidsovereenkomst 12 maanden heeft geduurd, dus op de eerste dag van de vijftiende maand.

    Geldt voor parttimers die regelmatig overwerken dat er ook een aanbod voor een vaste arbeidsomvang moet worden gedaan na 12 maanden?
    Nee. Als er een vaste arbeidsomvang is afgesproken (per week, per maand, of per jaar met een gelijkmatige loonspreiding), dan is er geen sprake van een oproepovereenkomst (mits er ook geen onvergoede beschikbaarheids-/consignatiediensten zijn afgesproken). Overwerk leidt dus niet tot het aannemen van een oproepovereenkomst, ook niet als er veel wordt overgewerkt.

    Tellen alle typen arbeidsovereenkomsten mee voor de berekening voor de periode van 12 maanden waarna een aanbod moet worden gedaan?
    De wet stelt: indien sprake is van een oproepovereenkomst, doet de werkgever steeds een aanbod als de arbeidsovereenkomst 12 maanden heeft geduurd. Hierbij worden eventuele andere eerdere arbeidsovereenkomsten samengeteld.

    Hoe moet de oproep- en afzegtermijn van 4 (kalender)dagen worden geïnterpreteerd?
    Er moet ten minste 4 dagen van tevoren worden opgeroepen. Daarbij telt de werkdag niet mee. Dus als op vrijdag gewerkt wordt, moet uiterlijk maandag worden opgeroepen. Dat kan ook ‘s avonds zijn. Zekerheidshalve is het prima als een werkgever 96 uur aanhoudt. Bij CAO kan een andere (ook langere of kortere) termijn gelden.

    Als een werkgever een oproepkracht op een andere locatie wil laten werken, moet hij dit dan ook uiterlijk 4 dagen van te voren doorgeven?
    De werkgever kan besluiten om de oproep niet in te trekken, maar de werknemer andere werkzaamheden te laten verrichten binnen de opgeroepen tijdstippen. Welke andere werkzaamheden de werknemer dan moet accepteren is afhankelijk van wat de bedongen arbeid van de werknemer is. Dat geldt ook voor wijziging van de locatie. Als een werkgever in de arbeidsovereenkomst een vaste locatie heeft aangewezen, kan hij dit niet zomaar wijzigen.

    Tip: Het volledige kennisdocument vindt u hier.

  • 10-09-2021 // Coronamaatregelen vierde kwartaal 2021

    Per 1 oktober stoppen de meeste steunmaatregelen die de Nederlandse economie zoveel mogelijk door de coronacrisis hebben geholpen. De NOW, TVL, Tozo, TONK en diverse fiscale maatregelen worden niet verlengd. In het vierde kwartaal blijven onder meer vier fiscale maatregelen van kracht.

    Fiscale coronamaatregelen vierde kwartaal 2021
    De volgende maatregelen gelden ook in het vierde kwartaal:

    • doorlopen van de onbelaste reiskostenvergoeding ondanks thuiswerken;
    • de maatregel tot behoud van het recht op hypotheekrenteaftrek bij een betaalpauze van de aflossingen op de hypotheek;
    • de vrijstelling voor een aantal Duitse netto-uitkeringen;
    • de overeenkomsten met Duitsland en België over de belastingheffing van (deels thuiswerkende) grenswerkers.

    Garantieregelingen
    De corona-financieringsregelingen KKC, Qredits overbruggingskrediet, BMKB-C  en GO-C blijven het gehele jaar van kracht om marktfinanciering te blijven faciliteren. Bedrijven die behoefte hebben aan liquiditeit, kunnen hierbij terecht. Ook het Garantiefonds Evenementen loopt door in het vierde kwartaal.

    Terugkeer Werktijdverkorting
    De Werktijdverkorting (WTV) is vanwege de invoering van de NOW buiten werking gesteld. Na het stoppen van de NOW keert per 1 oktober de WTV weer terug. Deze biedt ondersteuning aan werkgevers die worden getroffen door een buitengewone omstandigheid die niet tot het ondernemersrisico behoort. De geherintroduceerde WTV is nadrukkelijk niet bedoeld voor Corona-gerelateerde omstandigheden, het gaat om kortdurende buitengewone omstandigheden.

    Nachtclubs en disco’s
    Het kabinet is bezig met een gerichte compensatieregeling voor nachtclubs en disco’s, als deze ook na 1 oktober niet open kunnen. Deze bedrijven zitten in een uitzonderlijke situatie omdat het de enige sector is die nog op last van de overheid volledig gesloten is. De uitvoering van zo’n gerichte regeling is zeer complex en vraagt veel van de uitvoeringsorganisaties. Daarom wordt scherp gekeken naar wat uitvoeringstechnisch en juridisch mogelijk is.

  • 27-08-2021 // Ontslag na derde dienstverband bij werkgever

    Een technisch medewerker werkt eerst vier, dan zestien en daarna acht jaar voor dezelfde werkgever. Hij zegt zelf de eerste twee dienstverbanden op wegens een functie elders, maar keert telkens kort daarna terug.  In het laatste dienstverband wordt hij ontslagen wegens algehele bedrijfssluiting. De vraag is of voor de berekening van de transitievergoeding de gehele diensttijd bij deze werkgever meetelt.

    De transitievergoeding is, net als voorheen de ontbindingsvergoeding, verschuldigd als de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever eindigt. De eerste twee perioden zijn afgesloten door de werknemer. Hij wilde toen zelf bij een andere werkgever gaan werken. De werkgever vond het jammer dat hij vertrok. Wat haar betreft had de arbeidsovereenkomst niet beëindigd hoeven te worden. Een vergoeding door de werkgever aan de werknemer was dan ook niet aan de orde.

    Als in die periode de huidige wetgeving had gegolden, was de werkgever evenmin een transitievergoeding verschuldigd. De arbeidsperiode onder de eerste twee arbeidsovereenkomsten telt dus niet mee voor de berekening van de transitievergoeding.

    Let op: U moet in de meeste gevallen transitievergoeding betalen als u een werknemer ontslaat of zijn contract niet verlengt, maar ook als uw werknemer zelf ontslag neemt na ernstig verwijtbaar handelen of nalatigheid van uw kant. De hoogte van de transitievergoeding hangt af van het bruto maandsalaris en het aantal jaren dat uw werknemer voor u werkte. De rechter voegt hier nu aan toe: behalve de periode die eindigt doordat de werknemer vrijwillig ontslag neemt.

Wat uw plannen ook zijn...

FR Accountancy helpt u graag verder!

Neem contact op