Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen?

Als registeraccountant volg ik jaarlijks diverse cursussen om mijn vakkennis uit te breiden en op de hoogte te zijn van de nieuwste wet- en regelgeving.

Hieronder vindt u het laatste nieuws uit de sector. Wilt u weten hoe dit op uw onderneming of persoonlijke situatie van invloed is? Neem dan contact met mij op.

  • 29-11-2021 // Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) Q4 2021

    Het kabinet heeft vanwege de nieuwe coronamaatregelen besloten om ook in het 4e kwartaal de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) open te stellen voor ondernemers. TVL Q4 2021 is nagenoeg gelijk aan TVL Q3 2021. De regeling TVL Q4 2021 is voor ondernemers die in het 4e kwartaal van 2021 minimaal 30% minder omzet hebben ten opzichte van het 4e kwartaal van 2019 of het 1e kwartaal van 2020.

    TVL Q4 2021 opent zodra de Europese Commissie de regeling heeft gewijzigd en goedgekeurd. Met TVL Q4 2021 vervalt de Vaste Lasten voor onder andere Nachtsluiting (VLN).

    Zo ziet TVL Q4 2021 eruit:

    • De TVL-subsidie wordt berekend aan de hand van het omzetverlies, het percentage vaste lasten van de sector en een vast subsidiepercentage van 100%.
    • Het minimale subsidiebedrag is € 1.500.
    • Het maximale subsidiebedrag is € 550.000 voor mkb-bedrijven en € 600.000 voor grote ondernemingen (niet-mkb bedrijven).
    • Een onderneming of groep verbonden ondernemingen verwacht minimaal 30% omzetverlies in het 4ekwartaal (Q4 2021) ten opzichte van het 4e kwartaal van 2019 (Q4 2019) óf het 1e kwartaal van 2020 (Q1 2020). U kiest zelf welke referentieperiode voor u het gunstigste is: Q4 2019 of Q1 2020.
    • Ondernemingen die zich na 30 september 2019, maar voor 1 juli 2020 hebben ingeschreven bij de KVK kunnen als referentieperiode kiezen voor het 1evolledige kwartaal na inschrijving of het 3e kwartaal van 2020 (Q3 2020).
    • De onderneming stond op 30 juni 2020 ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, en heeft minimaal één vestiging in Nederland. Die vestiging heeft een aparte voordeur of opgang los van het huisadres. Op deze vestigingseis gelden een paar uitzonderingen:
    • - Horecaondernemingen met SBI-code 56.10.1, 56.10.2 en 56.30, 51.10.
      - Markthandel met SBI-code 47.81.1, 47.81.9, 47.82, 47.89.1, 47.89.2 en 47.89.9.
      - Taxivervoer met SBI-code 49.32 en 49.39.1.
      - Auto-en motorrijscholen met SBI-code 85.53.
      - Kermisattracties met SBI-code 93.2.12.
      - Luchtballonvaart & recreatieve sportvliegtuigen met SBI-code 51.10.
      - Binnenvaart (SBI 50.40), zee- en kustvaart (SBI 50.20), goederenvervoer over de weg (SBI 49.41), verhuisvervoer (SBI 49.42), post- en koeriersdiensten (SBI 53.10 en 53.20).
    • De onderneming of groep verbonden ondernemingen ontving tussen maart 2020 en 30 juni 2022 niet meer dan € 2,3 miljoen aan overheidssteun voor vaste lasten. Bereikt uw onderneming bijna de grens? Dan ontvangt u het bedrag tot € 2,3 miljoen.

    Afwijkende referentieperiodes

    U kunt als referentieperiode kiezen uit 2 kwartalen: Q4 2019 of Q1 2020.

    Voor een aantal ondernemingen geldt een andere referentieperiode:

    • Start onderneming tussen 1 oktober 2019 en 31 december 2019: referentieperiodes Q1 2020 of Q3 2020
    • Start onderneming tussen 1 januari 2020 en 31 maart 2020: referentieperiodes Q2 2020 of Q3 2020
    • Start onderneming tussen 1 april 2020 en 30 juni 2020: referentieperiode Q3 020

    Let op: Om in aanmerking te komen voor TVL Q4 2021, heeft u in sommige situaties een derdenverklaring of een accountantsproduct nodig.

  • 29-11-2021 // Kabinet breidt coronasteun voor ondernemers weer uit

    Vanwege de strengere coronamaatregelen breidt het kabinet het steunpakket fors uit. Zo keert de loonsubsidie NOW terug en verhoogt het kabinet de Tegemoetkoming Vaste Lasten. Deze uitbreiding van het steunpakket komt bovenop de coronasteun die het kabinet op 16 november 2021 aankondigde.

    NOW
    Ondernemers die tenminste 20 procent omzetverlies hebben door de coronamaatregelen kunnen voor de maanden november en december de NOW 5 aanvragen. Dat geldt dus ook voor de huidige periode met beperkingen. Met deze regeling kunnen ze hun personeel doorbetalen en medewerkers behouden. De NOW 5 vergoedt net als de eerdere regelingen ook de salarissen van medewerkers met een flexibel contract.

    De NOW 5 kent grotendeels dezelfde voorwaarden als NOW 4. Zo is het vergoedingstarief opnieuw 85 procent. De referentiemaand voor de loonsom is september 2021. Het streven is dat werkgevers nog in december een subsidieaanvraag kunnen doen. Startende ondernemers die uiterlijk 30 september 2021 zijn begonnen kunnen een voorschot aanvragen voor de NOW 5-subsidie.

    Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL)
    Voor het vierde kwartaal van dit jaar verhoogt het kabinet het subsidiepercentage van de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) van 85% naar 100%. Ondernemers kunnen gebruikmaken van de TVL als zij meer dan 30% omzetverlies lijden ten opzichte van het vierde kwartaal van 2019 of het eerste kwartaal van 2020. Het maximale subsidiebedrag dat een mkb-onderneming kan ontvangen wordt 550.000 euro en 600.000 euro voor niet-mkb-ondernemingen. Ook past het kabinet de staatssteungrens aan van 1,8 miljoen euro naar 2,3 miljoen euro nu de Europese Commissie die ruimte biedt. Daarnaast is de Europese staatssteungrens voor bedrijven in de visserij, land- en tuinbouw verhoogd. De nieuwe staatssteungrens geldt vanaf TVL Q4 2021.

    Belastingmaatregelen
    Het belastinguitstel voor ondernemers wordt verlengd tot eind dit jaar. Ondernemers die nooit eerder om uitstel hebben gevraagd of alle schulden al hebben afgelost, kunnen dit alsnog aanvragen. De kwartaalaangiftes over eind 2021 die normaliter in januari 2022 worden betaald vallen ook onder het uitstel. 

    De invorderingsrente, een prikkel om belastingschulden op tijd te betalen, blijft nog een half jaar langer op bijna nul (0,01%). Daarna gaat de rente stapsgewijs naar het oude niveau van 4%. Dit betekent dat op 1 juli 2022 het percentage invorderingsrente naar 1% gaat en op 1 januari 2023 naar 2%, om vervolgens in twee stappen uit te komen op 4% op 1 januari 2024.

    Culturele en creatieve sector
    Het kabinet maakt 68 miljoen euro vrij voor een specifiek steunpakket om de culturele sector te ondersteunen tot het eind van het jaar. Deze middelen behelzen een voortzetting van de eerdere specifieke steun: ondersteuning voor de BIS- en Erfgoedwetinstellingen en de meerjarig gefinancierde instellingen bij de Rijkscultuurfondsen, en ondersteuning voor makers via onder andere de rijkscultuurfondsen. De suppletieregeling bij het Fonds Podiumkunsten, die de capaciteitsbeperking in instellingen compenseert, wordt aangepast naar 85% van de kaarten.

    Sport

    Voor de amateursport worden de eerdere compensatieregelingen weer geopend voor compensatie van de vaste lasten en de huurkosten. Ook krijgen gemeenten de mogelijkheid om de ijsbanen en zwembaden te ondersteunen.

    De topsport wordt ondersteund vanwege het niet langer toestaan van publiek. De topsport kan onder meer gebruik maken van de reguliere steunmaatregelen TVL en NOW.

    Krapte op de arbeidsmarkt
    De huidige krapte op de arbeidsmarkt biedt werkzoekenden en zelfstandigen kansen op een nieuwe baan, een andere baan, of nieuwe opdrachten. Die kansen wil het kabinet helpen benutten door op korte termijn samen met werkgevers, uitzendbranche, gemeenten en UWV een extra impuls te geven aan de matching van werkzoekenden en werkgevers.

  • 19-11-2021 // Werkgever betaalt loon te laat

    Werknemers van een bedrijf klagen erover dat de werkgever het salaris sinds januari 2020  stelselmatig twee dagen te laat betaalt. Een werknemer met een salaris van € 2.293,18 per vier weken start via de vakbond een procedure om tijdige betaling af te dwingen. Hij claimt de wettelijke verhoging, berekend op € 3.439,77, over zijn totale loon over 2020, dat immers allemaal te laat is betaald.

    Wettelijke verhoging
    De werkgever is verplicht het in geld naar tijdruimte vastgestelde loon te voldoen telkens na afloop van het tijdvak waarover het loon op grond van de overeenkomst moet worden berekend. Het loon dient uiterlijk de derde werkdag na het aflopen van de betalingstermijn te zijn voldaan.

    De wettelijke verhoging bedraagt voor de vierde tot en met de achtste werkdag vijf procent per dag en voor elke volgende werkdag één procent, met dien verstande dat de verhoging in geen geval de helft van het verschuldigde te boven gaat.

    Uitspraak rechter
    De rechter wijst de claim van de werknemer volledig toe, verhoogd met wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.

    Let op: De wet kent een forse wettelijke verhoging die de werknemer van de werkgever kan claimen als het salaris te laat wordt betaald. De verhoging kan oplopen tot 50% van het salaris dat wel is betaald, maar te laat.

  • 19-11-2021 // Eetcaf√© stopt: doorbetaling loon?

    Op 5 augustus start een nieuwe medewerkster bij een eetcafé op basis van een jaarcontract dat niet tussentijds kan worden opgezegd. In januari 2021 krijgt ze bericht dat het eetcafé vanwege de corona-pandemie per eind januari gaat sluiten. Ze hoeft ingaande februari niet meer te komen. De werkgever betaalt door tot april 2021. De medewerkster vordert bij de rechter in kort geding het salaris tot 5 augustus 2021, ook al heeft ze per 1 juni 2021 een andere baan.

    Geen ontbindingsverzoek gedaan
    De kantonrechter merkt op dat de werkgever de kantonrechter had kunnen verzoeken de arbeidsovereenkomst te ontbinden en dat dit verzoek gezien de omstandigheden naar alle waarschijnlijkheid zou zijn toegewezen. Maar de werkgever kende deze mogelijkheid niet.

    Matiging loonvordering
    De medewerkster heeft gelijk dat haar arbeidsovereenkomst pas op 5 augustus 2021 formeel is beëindigd en dat zij dus in beginsel recht heeft op loon tot die datum. De arbeidsovereenkomst was echter sinds 1 februari 2021 inhoudsloos omdat de onderneming was beëindigd. En per 1 juni 2021 is ze elders in dienst getreden.

    Bij een inhoudsloze arbeidsovereenkomst vanaf 1 februari 2021 vanwege de corona-pandemie, waarbij partijen het er over eens zijn dat deze tot een einde moest komen, maar de werkneemster dat niet aandurfde vanwege mogelijke gevolgen voor haar recht op WW-uitkering, geldt het sinds 1 juni 2021 elders werkzaam zijn als schadebeperkend voor de werkgever. Het is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat de werkneemster naast haar inkomen bij de nieuwe werkgever tevens aanspraak zou hebben op het loon uit haar inhoudsloze arbeidsovereenkomst bij het eetcafé.

    Oordeel kantonrechter
    De werkgever wordt, ondanks zijn financiële situatie, veroordeeld tot betaling van het loon over de maanden april en mei 2021, te vermeerderen met rente, de wettelijk transitievergoeding en gerechtelijke kosten.

    Let op: De corona-pandemie gaat ongetwijfeld leiden tot meer bedrijfssluitingen en ontslagen, ook van medewerkers met nog lopende tijdelijke contracten. Gelukkig is de arbeidsmarkt zodanig dat meestal snel een nieuwe baan beschikbaar is. Voor de rechter kan dit aanleiding geven de salarisdoorbetaling tot einde contract te matigen.

  • 19-11-2021 // Gebruikelijk loon directeur bouwconcern

    Een holding van een bouwconcern kreeg een naheffingsaanslag loonheffing ter correctie van het salaris van de directeur-grootaandeelhouder (DGA) met ruim € 100.000. Volgens de Belastingdienst stond het loon van de DGA (€ 122.500) niet in verhouding tot de gefactureerde managementvergoeding van € 260.500. De holding start een procedure.

    In de naheffingsaanslag is het loon (€ 215.239) van de meestverdienende werknemer, de COO van het concern, als loon voor de DGA aangehouden. De Belastingdienst heeft bij het opleggen van de naheffingsaanslag het loon aangemerkt als eindheffingsbestanddeel en het gebruteerde tarief van 108,3% toegepast. Dit resulteert in een correctie van ruim € 100.000. Is dit terecht?

    Hoofdregel
    De rechter overweegt dat volgens de wet als uitgangspunt geldt een gebruikelijk loon van € 215.239, het loon van de meest verdienende medewerker. Maar als de holding aannemelijk maakt dat dit gebruikelijk loon hoger is dan 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, dan wordt het gebruikelijk loon gesteld op 75% van deze meest vergelijkbare dienstbetrekking.

    De holding moet dus aannemelijk maken dat iemand anders dan de COO de meest vergelijkbare dienstbetrekking met de DGA heeft, en dat 75% van het loon van die meest vergelijkbare werknemer tot een lager loonbedrag leidt dan € 215.239.

    Salaris directeur vergelijkbaar bedrijf
    Volgens de holding is een salaris van een directeur van een vergelijkbaar bedrijf circa € 120.000, inclusief vakantiegeld en exclusief leaseauto en onkostenvergoeding. De rechter merkt op dat de genoemde functie ook de directeur van een afzonderlijke groepsvennootschap kan zijn met minder verantwoordelijkheden en bevoegdheden dan een algemeen directeur, zoals de DGA. De omstandigheid dat het gaat om een directeur met een vergelijkbaar aantal werknemers (150), is onvoldoende om anders te oordelen.

    Salaris CEO beter vergelijkbaar
    De Belastingdienst komt met een salaris van ruim € 400.000 voor een vergelijkbare functie (CEO). De rechter acht vanwege de eindverantwoordelijkheden van de DGA deze dienstbetrekking van de CEO beter vergelijkbaar met die van de DGA. De aard en verantwoordelijkheden van de functie acht de rechter namelijk voor de vergelijking relevanter dan enkel de omvang van het bedrijf.

    Meest verdienende werknemer vergelijkbare dienstbetrekking?
    Als de COO een met die van de DGA vergelijkbare dienstbetrekking zou hebben, zou het gebruikelijk loon van de DGA op 75% van het salaris van de COO gesteld kunnen worden. Maar de COO is slechts verantwoordelijk voor de operationele leiding, terwijl de DGA oprichter en boegbeeld van het concern is en eindverantwoordelijk voor strategie en visie.

    Conclusie
    De holding heeft niet aannemelijk gemaakt dat de door haar naar voren gebrachte directeursfunctie met meest vergelijkbaar is met die van de DGA. Daarmee heeft de holding evenmin aannemelijk gemaakt dat het loon van de COO hoger is dan 75% van het loon van de meest vergelijkbare dienstbetrekking. Daarom dient te worden uitgegaan van het loon van de COO als het gebruikelijk loon van de DGA. Het gelijk is aan de Belastingdienst.

    Let op: De bewijslast bij zaken over het gebruikelijk loon van een DGA is lastig. Gegevens over vergelijkbare functies met vergelijkbare verantwoordelijkheden buiten het eigen bedrijf inclusief het daarbij horende arbeidsvoorwaardenpakket liggen immers niet op straat.

  • 18-11-2021 // Steun na nieuwe coronamaatregelen

    Er komt financiële steun voor bedrijven die worden geraakt door de coronamaatregelen die sinds 13 november gelden. Het kabinet vervangt de regeling Vaste Lasten Nachtsluiting horeca (VLN) door de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL). Het doel is ondernemers te ondersteunen met het betalen van hun vaste bedrijfskosten in het vierde kwartaal van 2021. Er komt ook aanvullende steun voor de evenementenbranche, de landbouwsector, de culturele sector en de sportsector.

    TVL-regeling vierde kwartaal 2021
    Alle ondernemers die in het vierde kwartaal van 2021 minimaal 30% omzetverlies verwachten ten opzichte van het vierde kwartaal van 2019 of het eerste kwartaal van 2020 en ook aan de overige voorwaarden voldoen, kunnen zo snel mogelijk weer een TVL-subsidie aanvragen als tegemoetkoming voor hun vaste bedrijfslasten. De subsidie wordt berekend met het omzetverlies, een percentage vaste lasten van de sector en een vast subsidiepercentage van 85%. De regeling is ook toegankelijk voor wie nog niet eerder gebruik heeft gemaakt van de TVL-regeling. De regeling wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De precieze openstelling wacht op goedkeuring van de Europese Commissie. Het kabinet trekt € 1,2 miljard extra uit voor deze regeling.

    Landbouwregeling voor ongedekte vaste kosten
    Voor landbouwbedrijven blijft de regeling Ongedekte Vaste Kosten (OVK) beschikbaar, zodat deze op evenveel steun kunnen rekenen als niet-landbouwbedrijven.

    Ondersteuning voor evenementen
    Van 13 november tot 4 december 2021 mogen er geen ongeplaceerde evenementen plaatsvinden. Evenementen die wel door kunnen gaan mogen maar tot 18:00 uur plaatsvinden. Daarnaast geldt er een maximale capaciteit van 1250 bezoekers per ruimte.

    Voor evenementen die de overheid verbiedt in verband met corona loopt tot en met 31 december 2021 de Tijdelijke Regeling Subsidie Evenementen COVID-19 (TRSEC). De nieuwe coronamaatregelen zorgen voor grote onzekerheid voor deze sector, die vaak te maken heeft met lange aanloop- en investeringstermijnen. Omdat het evenementverbod vrijwel onmiddellijk is ingegaan, wordt het subsidiepercentage verhoogd naar 100%, zoals ook in de zomerperiode gebeurde.

    De Aanvullende Tegemoetkoming Evenementen (ATE) – die geldt voor evenementen die buiten de TRSEC vallen – wordt gedurende 2021 uitgebreid zolang er een verbod op evenementen geldt. Ook de ATE kent een 100% vergoeding van de kosten. Deze regeling wordt nog uitgewerkt.

    Ondersteuning voor de culturele sector
    Voor culturele instellingen die te maken hebben met de nieuwe coronamaatregelen breidt het kabinet de suppletieregeling bij het Fonds Podiumkunsten uit van een vergoeding van 25% naar maximaal 55% van de kaarten van de totale reguliere capaciteit per voorstelling. De regeling is ook open voor voorstellingen met een zitplaats. Meer informatie wordt verstrekt door het Fonds Podiumkunsten. Afhankelijk van hun omzetderving zullen sommige culturele ondernemingen ook aanspraak kunnen maken op de hierboven genoemde TVL-regeling voor het vierde kwartaal van 2021.

    Ondersteuning voor de sportsector
    Bij sportactiviteiten mogen geen toeschouwers meer aanwezig zijn. Voor professionele sportevenementen stelt het kabinet maximaal € 36 miljoen beschikbaar ter compensatie van inkomsten uit kaartverkoop en om seizoenkaarthouders tegemoet te komen voor de periode 13 november tot 4 december. De hoogte van de compensatie zal afhangen van het karakter en draagkracht van de desbetreffende sector of organisatie. Het gaat zowel over wedstrijden in competitieverband als losse sportevenementen. Voor de aanbieders van amateursport is maximaal € 5 miljoen beschikbaar om hen te compenseren voor geleden schade in deze periode. De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport werkt deze regelingen in samenwerking met de sportsector uit.

    Tip: De meest actuele informatie over het steun- en herstelpakket corona vindt u hier.

  • 05-11-2021 // Ontslag tijdens opleiding

    Een medewerker is op 4 januari 2021 in dienst getreden als metrobestuurder op basis van een jaarcontract. Verder is afgesproken dat de arbeidsovereenkomst tussentijds kan worden beëindigd als de werknemer na de opleidingsperiode niet voldoet aan de functie-eisen. Op 8 maart  krijgt hij een brief: het contract stopt per 1 mei omdat hij niet aan de functie-eisen voldoet en zal voldoen. Kan dat arbeidsrechtelijk en wat zijn dan de gevolgen?

    Tussentijds opzegbaar?
    Volgens de werkgever heeft hij op grond van de arbeidsovereenkomst het recht de arbeidsovereenkomst tussentijds te beëindigen. De rechter denkt daar anders over. Nog los van het feit dat ook dan beëindigd moet worden volgens de regels (bijvoorbeeld schriftelijke instemming van de werknemer, toestemming UWV): het beding in de arbeidsovereenkomst is slechts geldig als het schriftelijk is overeengekomen en voor beide partijen geldt. De arbeidsovereenkomst geeft in dit geval echter alleen de werkgever het recht deze tussentijds te beëindigen.

    Het beding is dus niet geldig en de werkgever had de arbeidsovereenkomst daarom niet ‘zomaar’ tussentijds mogen beëindigen.

    Vergoeding
    De werknemer legt zich neer bij het einde van de arbeidsovereenkomst, maar wil wel de vergoeding waarop hij recht heeft.

    De wet bepaalt dat in een geval als dit de werkgever aan de werknemer een vergoeding verschuldigd is gelijk aan het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst geduurd zou hebben als deze van rechtswege zou zijn geëindigd. De werknemer heeft dus in beginsel recht op een vergoeding gelijk aan het loon dat hij tussen 1 mei 2021 en 4 januari 2022 ontvangen zou hebben.

    De rechter kan deze vergoeding echter matigen als hem dit met het oog op de omstandigheden billijk voorkomt. De rechter kan de vergoeding niet tot minder matigen dan het loon voor drie maanden.

    Het gedrag van de medewerker kwam niet overeen met wat de werkgever mag verwachten van een metrobestuurder in opleiding. Een tekenend voorbeeld is dat de medewerker er meerdere keren op aangesproken moest worden dat hij in de les geen (eigen) muts of pet mag dragen. Het gedrag verbeterde niet en daarom wilde de werkgever op dat moment niet verder met de medewerker.

    Omdat de werknemer van zijn gedrag een verwijt te maken valt en hij van de twaalf maanden dat de arbeidsovereenkomst zou duren, maar anderhalve maand daadwerkelijk heeft gewerkt, matigt de rechter de vergoeding tot de minimale drie maanden loon, € 9.647,91 bruto.

    Let op: Als een werkgever een tijdelijk contract tussentijds eenzijdig opzegt, moet hij als vergoeding betalen wat de werknemer zou hebben ontvangen bij uitdienen van het tijdelijke contract. Alleen in bijzondere omstandigheden, die de werkgever moet aanvoeren en aannemelijk maken, kan de rechter deze vergoeding matigen.

  • 05-11-2021 // Bijtelling DGA in autobranche

    Bij een belastingcontrole bij een directeur-grootaandeelhouder (DGA) met bedrijven in de autobranche komt de bijtelling wegens privégebruik auto aan de orde. De Belastingdienst telt over de gecontroleerde jaren privégebruik bij van een auto met een catalogusprijs van € 100.000. Volgens de DGA rijdt hij echter nooit zelf. Hij laat zich rijden door zijn echtgenote in haar auto.

    Beschikking over wagenpark
    De DGA heeft geen privéauto. Als directeur kon hij echter beschikken over de auto’s die tot het wagenpark en de voorraad van de diverse bedrijven behoorden. Er is bij deze bedrijven geen administratie bijgehouden van het privégebruik.

    Verklaringen medewerkers
    De rechter is niet onder de indruk van door de DGA aangevoerde (identieke model-)verklaringen, dat hij volgens de ondertekenaars voor zover door hen waarneembaar nimmer een auto van het bedrijf heeft gebruikt en dat de auto waarmee hij naar afspraken ging in alle gevallen werd bestuurd door zijn echtgenote. Deze verklaringen zijn namelijk vele jaren na dato afgelegd, ze bevatten geen details over de auto’s waarin de DGA werd gereden en ze geven geen uitsluitsel over het autogebruik van de DGA buiten de waargenomen tijdstippen. De verklaringen leveren geen sluitend bewijs op.

    Eigen verklaring
    De rechter gelooft niet dat de DGA zelf nooit in een auto rijdt en altijd gereden wordt door zijn echtgenote in haar auto. De DGA heeft zich namelijk op de zitting laten ontvallen dat hij soms ‘s nachts of tijdens weekenden elders verbleef (niet bij zijn vrouw), en dan zelf gebruik maakte van een op dat moment beschikbare auto uit het wagenpark.

    Oordeel rechter
    De DGA is niet geslaagd in het vereiste bewijs om het voordeel wegens privégebruik auto op nihil te kunnen stellen. De Inspecteur heeft voor elk van de gecontroleerde jaren het voordeel wegens privégebruik auto terecht in de heffing betrokken. Door bij wijze van praktische oplossing dat voordeel te beperken tot een voordeel berekend over één auto met een cataloguswaarde van € 100.000 heeft de Belastingdienst niet een te hoog bedrag in aanmerking genomen.

    Tip: De Belastingdienst heeft met de brancheorganisatie Bovag Autodealers voor haar leden een convenant bijtelling auto van de zaak gesloten.

  • 05-11-2021 // Box 2-claim blijft na emigratie en remigratie

    Een directeur-grootaandeelhouder (DGA) emigreert naar het Verenigd Koninkrijk, twee jaar later naar België en na zestien jaar keert hij terug naar Nederland. Als de DGA in België woont, verhuist de feitelijke leiding van de BV naar Curaçao. Tegelijk met de DGA verhuist deze weer terug naar Nederland. Lukt het om op deze manier een deel van de Box 2-claim af te schudden?

    Conserverende aanslag
    De DGA heeft de BV ooit opgericht voor € 18.151, de historische verkrijgingsprijs van zijn aandelen. Bij emigratie naar het Verenigd Koningrijk kreeg hij een conserverende aanslag ter hoogte van 25% (tarief Box 2) over het verschil tussen de waarde van de aandelen op dat moment en de historische verkrijgingsprijs: 25% van € 2.476.010. Tien jaar na emigratie is deze conserverende aanslag kwijtgescholden. Tot zover gewoon toepassing van de geldende regels.

    Terugkeer naar Nederland
    Enkele jaren na die kwijtschelding vestigt de DGA zich met zijn BV weer in Nederland. De aandelen zijn dan € 3.149.826 waard. Tien jaar na verplaatsing van de feitelijke leiding waren de aandelen € 3.028.836 waard.

    De vraag is wat nu de nieuwe verkrijgingsprijs van de aandelen in de BV is. Waarom is deze vraag van belang? Als de DGA als inwoner van Nederland de aandelen verkoopt, moet hij  Box 2-heffing betalen over het verschil tussen de verkoopopbrengst en de verkrijgingsprijs.  

    De nieuwe verkrijgingsprijs is niet € 18.151. Helaas ook niet € 3.149.826, de waarde bij terugkeer naar Nederland. De nieuwe verkrijgingsprijs is volgens de rechter € 18.151, plus het verschil tussen € 3.149.826 en € 3.028.836 (de waardeaangroei na tien jaar na zetelverplaatsing): € 139.141.

    Let op: Over internationale taxplanning gaan soms nog heldhaftige verhalen rond. Maar emigratie en verplaatsing van feitelijke leiding vragen zorgvuldige planning en brengen flinke kosten met zich mee. Bovendien werken de ingevoerde antimisbruikbepalingen, zoals ook in deze zaak, wel degelijk. Het maatschappelijke sentiment rond belastingontwijking is inmiddels heel anders dan twintig jaar geleden, het jaar waarin de DGA in deze zaak emigreerde.

  • 05-11-2021 // Negatief verlofsaldo bij tijdelijk contract

    Een autopoetser werkt op basis van een jaarcontract en een 40-urige werkweek. Meer en minder gewerkte uren worden wekelijks verrekend met het vakantieverlofsaldo. Er ontstaat een negatief saldo van 15 dagen. Twee weken voor einde contract deelt de werkgever mee dat het contract niet wordt verlengd. Hij houdt het negatieve verlofsaldo in op de eindafrekening. Het woord is aan de rechter.

    Teveel opgenomen vakantieverlof?
    De autopoetser heeft niet altijd het overeengekomen aantal uren per week gewerkt. Via het tijdregistratiesysteem was voor beide partijen per dag zichtbaar of minder dan het overeengekomen aantal uur werd gewerkt. Indien dit geen gevolg was van ziekteverlof of van zorgverlof werd de autopoetser geacht dit op een ander moment in te halen.

    Volgens de rechter kan een eventueel tekort aan uren niet eenzijdig door de werkgever worden aangemerkt als opgenomen verlof.

    Een werknemer die de mogelijkheid krijgt minder te werken mits dit wordt ingehaald, ‘verdient’ het doorbetaalde volledige salaris slechts als het werk ook wordt ingehaald. Indien de werknemer daartoe in staat wordt gesteld maar dit niet doet, zal het loon in zoverre als onverschuldigd betaald kunnen worden aangemerkt. Op de werkgever rust, zeker gelet op de bepaalde tijd van de arbeidsovereenkomst, de zorgplicht te voorkomen dat het inhalen van de niet gewerkte uren feitelijk onmogelijk wordt.

    Bevoegdheid tot verrekening negatief verlofsaldo met de eindafrekening?
    Volgens de rechter moest de werkgever er, juist met het oog op de bepaalde duur van het dienstverband en mede gelet op zijn bekendheid met de afhankelijkheid van de autopoetser van het salaris erop toezien dat ieder jaar geen te groot negatief verlofsaldo zou ontstaan.

    Ook als ervan wordt uitgegaan dat dit in de loop van een volgend jaar kan worden hersteld door onbetaald extra uren te werken (het ‘tijd-voor-tijd’ systeem) mag dat negatieve saldo niet zo groot worden, dat dit niet meer tijdens het dienstverband kan worden ingehaald met het gevolg dat een (te) groot bedrag met het salaris zal moeten worden verrekend.

    Uiteraard is de werknemer ook zelf daarvoor verantwoordelijk. In een werksituatie waarin een werknemer te gemakkelijk te weinig uren kan werken en waarin prikkels ontbreken om te voorkomen dat er te grote achterstanden ontstaan (bijvoorbeeld door periodiek de stand van zaken op te nemen en verder oplopen van het tekort niet toe te staan), raakt dit echter toch de eerste verantwoordelijkheid van de werkgever. Het systeem dat de werkgever hanteert, is teveel gebaseerd op de gedachte dat niet gewerkte uren wel kunnen worden ingehaald, welke mogelijkheid nu eenmaal begrensd is.

    Gelet op de datum waarop de werkgever kenbaar heeft gemaakt dat de arbeidsovereenkomst niet zou worden verlengd, was het voor de werknemer op dat moment ook redelijkerwijs niet meer mogelijk om een negatief verlofsaldo van bijna vijftien werkdagen tijdens het dienstverband in te halen door extra te werken. Het lag op de weg van de werkgever om hiervoor een reële gelegenheid te geven.

    Negatief verlofsaldo voor rekening van werkgever
    Dat de autopoetser de teveel opgenomen vakantie-uren uiteindelijk niet meer heeft gewerkt, dient voor rekening van de werkgever te blijven. Dit betekent dat hij geen verlofuren met de eindafrekening had mogen verrekenen.

    Let op: Deze uitspraak is belangrijk als u met tijdelijke contracten werkt. Een negatief verlofsaldo kunt u als werkgever bij het aflopen van een tijdelijk contract niet altijd verrekenen met de laatste salarisbetaling. In deze zaak speelde overigens niet de vergoeding wegens te late aanzegging. Die had de werkgever wel netjes betaald.

  • 22-10-2021 // Verlies lening overnemer aftrekbaar?

    Vader had een dealerschap van Renault bedrijfswagens. Hij heeft zijn bedrijf inclusief pand overgedragen aan zijn dochter en schoonzoon, die het in BV-vorm hebben voortgezet. De overname is deels gefinancierd bij een bank (€ 550.000) en deels bij vader (€ 350.000 achtergesteld). Als het dealerschap vervalt, gaat de BV failliet. Is het verlies van vader op zijn vordering aftrekbaar?

    Belaste terbeschikkingstelling
    In dit geval leent vader geld aan een BV van verbonden personen. Fiscaal betekent dit belaste terbeschikkingstelling van vermogen, belastbaar in Box 1 als resultaat uit overige werkzaamheden. Daarmee staat echter nog niet vast dat het verlies op de vorderingen aftrekbaar is. Als blijkt dat de leningen onzakelijk zijn, is het verlies namelijk niet aftrekbaar.

    Onzakelijke lening?
    Van een onzakelijke lening is sprake als van een lening aan een gelieerde partij geen – in wezen niet winstdelende – rente kan worden bepaald waaronder een onafhankelijke derde bereid zou zijn geweest om eenzelfde lening te verstrekken, onder dezelfde voorwaarden en omstandigheden. In dat geval wordt een debiteurenrisico gelopen dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen. Behoudens bijzondere omstandigheden moet er dan van worden uitgegaan dat de geldverstrekker dit risico heeft aanvaard met de bedoeling niet zijn eigen zakelijke belang, maar het belang van de gelieerde partij te dienen. Het onzakelijk genomen debiteurenrisico bevindt zich dan in de privésfeer, dus bij de crediteur buiten de terbeschikkingstellingssfeer.

    Toetsing rechter
    Vader heeft geen zekerheden bedongen en zijn leningen waren achtergesteld bij de leningen van de bank. In de leningsovereenkomsten was bepaald dat de holding van de overnemers de enige schuldeiser was. Ook waren de overnemers na de inbreng in hun BV-structuur niet meer privé aansprakelijk en waren de leningen niet tussentijds opeisbaar. Bovendien was het eigen vermogen van de holding ten tijde van het verstrekken van de leningen negatief.

    Deze feiten en omstandigheden maken dat sprake is van een financiering die een onafhankelijke derde niet onder dezelfde voorwaarden en omstandigheden zou verstrekken en dus van onzakelijke leningen.

    Oordeel rechter
    Vader kan het verlies op de leningen niet ten laste van zijn inkomen brengen.

    Tip: Wilt u als ondernemer uw kinderen financieel helpen bij de overname van uw bedrijf? Neem tijdig contact op met uw adviseur om de fiscale mogelijkheden te bespreken. 

  • 22-10-2021 // Ondernemer verstrekt lening: verlies aftrekbaar?

    Een VOF hield zich bezig met grondverzet en agrarische loonwerkzaamheden. Een zakenrelatie, actief in LED-verlichting klopt bij de VOF aan voor werkkapitaal. Door de crisis is de LED-markt ingestort, maar hij verwacht sterke groei. De VOF verstrekt twee zakelijke leningen van in totaal € 250.000. Helaas gaat de zakenrelatie failliet. Is het verlies op de leningen aftrekbaar?

    Het verlies op de leningen is aftrekbaar als het gaat om leningen die tot het ondernemingsvermogen van de VOF behoorden. Maar is dat hier het geval?

    Lening uit ondernemings- of privévermogen: hoofdregels
    Een door een ondernemer verstrekte lening gaat behoren tot diens ondernemingsvermogen als hij die lening heeft verstrekt binnen het kader van de normale uitoefening van zijn onderneming.

    Daaronder valt niet de verstrekking van een lening uit liquide middelen van de onderneming voor doeleinden welke aan de onderneming vreemd zijn, tenzij sprake is van de belegging van tijdelijk overtollige liquide middelen op een zodanige wijze dat redelijkerwijze moet worden aangenomen dat deze middelen tijdig weer in de onderneming beschikbaar zullen zijn.

    Dat laatste is niet het geval bij risicovolle beleggingen. De aan dergelijke beleggingen verbonden risico’s zijn een gevolg van een buiten de ondernemingssfeer gelegen keuze. Daarom mogen de resultaten uit dergelijke beleggingen niet aan de onderneming worden toegerekend.

    Tot het ondernemingsvermogen kunnen echter ook worden gerekend zaken die niet strikt voor het drijven van een onderneming worden gebruikt, bijvoorbeeld gelden of effecten die tot versteviging van het bedrijf dienen en zo nodig ten behoeve van de onderneming kunnen worden aangesproken, mits deze zaken niet dienstbaar zijn aan het persoonlijke belang van de ondernemer. Bovendien gelden winsten of verliezen uit transacties die niet tot de normale ondernemingsuitoefening behoren, niettemin als winst of verlies uit die onderneming, als tussen het resultaat en de ondernemingsuitoefening een nauw verband bestaat.

    Oordeel rechter
    De VOF heeft zeer risicovolle leningen verstrekt aan een partij volledig buiten de eigen branche. Tussen de bedrijfsactiviteiten van de zakenrelatie en die van de VOF bestaat geen verband. De lening dient als privévermogen te worden aangemerkt en daarom is het verlies niet aftrekbaar.  

    Tip: Wilt u als ondernemer gelden uitlenen aan een zakenrelatie? Neem tevoren contact op met uw adviseur om de fiscale gevolgen, maar ook eventuele alternatieven, goed door te spreken. 

  • 22-10-2021 // Negen weken betaald ouderschapsverlof

    Op dit moment krijgen werknemers in Nederland hun ouderschapsverlofuren niet uitbetaald. Dit verandert door de Wet betaald ouderschapsverlof (Wbo) die op 2 augustus 2022 ingaat. Wat betekent dit voor u als werkgever?

    Betaald ouderschapsverlof
    Ouders hebben op dit moment recht op ouderschapsverlof tot hun kind 8 jaar oud is. Dit is een verlof van maximaal 26 keer het aantal uren van hun werkweek. Hiervan kunnen zij straks 9 weken betaald opnemen. Ouders moeten dit betaalde verlof opnemen binnen 12 maanden na de geboorte van hun kind.

    De werknemer kan het verlof flexibel opnemen en krijgt over de 9 weken van het betaalde verlof 50% van het dagloon (tot 50% van het maximum dagloon) betaald. Werkgevers kunnen vanaf 2 augustus 2022 de aanvragen indienen bij UWV voor de uitkering voor de werknemers die gedeeltelijk betaald ouderschapsverlof opnemen.

    Betaald ouderschapsverlof bij kinderen die al geboren zijn vóór de invoering van de wet
    Het ouderschapsverlof geldt ook voor sommige ouders die vóór de invoering van de wet een kind krijgen. Het kind moet op het moment dat de wet ingaat jonger dan 1 jaar zijn. Ook moeten de ouders op dat moment werken (werknemer zijn) en nog niet het volledige recht (26 maal de arbeidsuur per week) op ouderschapsverlof hebben opgenomen. 

    Voorbeeld: een werknemer is op 2 augustus 2022 ouder van een kind van zes maanden. De werknemer heeft al 19 weken (wettelijk onbetaald) ouderschapsverlof opgenomen. Dan heeft deze ouder nog 6 maanden om 7 weken ouderschapsverlof op te nemen. Dan is het kind 1 jaar. Tijdens die 7 weken bestaat recht op een uitkering. 

    Betaald ouderschapsverlof bij adoptie- of pleegouderschap
    In het geval van adoptie- of pleegouderschap is betaald ouderschapsverlof ook mogelijk voor kinderen onder de 8 jaar. Dit geldt alleen voor het eerste jaar na de dag van de feitelijke adoptie of plaatsing. 

    Tip: Op 8 november 2021 organiseert het UWV een webinar over de nieuwe wet.

  • 22-10-2021 // Uitstel van betaling vanaf 1 oktober 2021

    Vanaf 1 oktober 2021 moet een ondernemer die voorheen uitstel van betaling in verband met de coronacrisis heeft gekregen, nieuwe fiscale betalingsverplichtingen weer gewoon voldoen. Als dat niet tijdig lukt, loopt hij dan het risico dat hij uiterlijk op 1 oktober 2022 zijn gehele corona-belastingschuld versneld moet terugbetalen?

    Over deze kwestie zijn Kamervragen gesteld en inmiddels beantwoord door de Staatssecretaris

    Soms aanvullend uitstel
    Als een in de kern gezond bedrijf, bijvoorbeeld vanwege voortdurende beperkende coronamaatregelen, per 1 oktober 2021 nog niet in staat is om zijn nieuwe betalingsverplichtingen te voldoen, kan hij daarvoor onder strikte voorwaarden aanvullend uitstel krijgen tot 1 februari 2022.

    Corona-betalingsregeling
    Het niet tijdig doen van aangifte of voldoen van nieuwe betalingsverplichtingen heeft tot 1 oktober 2022 geen gevolgen voor het recht op de bestaande corona-betalingsregeling van 60 maanden.

    Vanaf de start van die betalingsregeling, in oktober 2022, geldt het bijhouden van nieuw opkomende betalingsverplichtingen echter wel als voorwaarde voor die betalingsregeling. Dit betekent dat de ondernemer zowel voldoet aan de aangifteplicht (het volledig, juist en tijdig aangifte doen) als aan de betalingsplicht (het tijdig en volledig nakomen van de uit de aangifte voortvloeiende betalingsverplichtingen).

    Intrekken betalingsregeling
    Als bijvoorbeeld omzetbelasting of loonheffingen na 1 oktober 2022 niet tijdig worden afgedragen, kan de Belastingdienst de betalingsregeling van 60 maanden intrekken. De situatie waarin een ondernemer de nieuwe betalingsverplichtingen niet nakomt terwijl een betalingsregeling van kracht is, vindt de Staatssecretaris namelijk vergelijkbaar met de situatie waarin de ondernemer de betalingsregeling zelf niet nakomt; het is niet de bedoeling dat belastingschulden worden afgelost door nieuwe belastingschulden op te bouwen.

    Uiteraard wordt eerst contact opgenomen met de ondernemer om te achterhalen wat de oorzaak is van de betalingsachterstand en om te bezien of een oplossing kan worden gevonden. Als de betalingsregeling daadwerkelijk wordt beëindigd, stelt de Belastingdienst de ondernemer daarvan op de hoogte. De ondernemer krijgt dan de kans om alsnog binnen 14 dagen aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen. Alleen in uitzonderlijke gevallen zal de Belastingdienst de regeling direct beëindigen. Te denken valt daarbij aan situaties waarin er een reëel risico bestaat op onttrekking van verhaalsmogelijkheden aan het zicht van de Belastingdienst. Tegen de afwijzing of intrekking van de betalingsregeling kan de ondernemer binnen 10 dagen in beroep bij de directeur van de Belastingdienst. Gedurende het beroep pauzeert de Belastingdienst de invordering.

    Tip: Raadpleeg uw adviseur tijdig als uw in de kern gezonde bedrijf de komende periode toch extra belastinguitstel nodig heeft.

  • 08-10-2021 // Oogletsel werkneemster door ontploffend confettikanon

    Een winkelmedewerkster is vakken aan het vullen. Ze pakt een confettikanon dat in het verkeerde schap ligt en loopt er mee weg. Het komt in haar gezicht tot ontploffing met ernstig oogletsel tot gevolg. Is dit eigen schuld of is de werkgever aansprakelijk?

    Volgens de wet moet de werkgever bewijzen dat hij aan zijn verplichting heeft voldaan om voor een veilige werkplek en arbeidsomstandigheden te zorgen. Vast staat dat de werkgever geen specifieke instructies of waarschuwingen heeft gegeven aan de medewerkster over de wijze waarop met een confettikanon moet worden omgegaan.

    Hoe is het confettikanon tot ontploffing gekomen?
    Volgens de medewerkster is het spontaan ontploft en heeft ze niet aan het confettikanon gedraaid. De werkgever meent op de camerabeelden te zien dat ze haar handen in tegengestelde richting heeft gedraaid. Daardoor heeft zij het ontploffingsmechanisme geactiveerd.

    De rechter bestudeert de beelden en stelt vast dat de medewerkster het confettikanon van verschillende kanten bekijkt. Zelf zegt ze daarover dat zij wilde weten of het confettikanon nog heel was en dus in het juiste schap kon worden teruggelegd, of dat het naar de afdeling voor kapotte spullen moest. Dat ze met haar handen een draaiende beweging maakt, waardoor het ontploffingsmechanisme geactiveerd wordt, is op de beelden niet te zien. Volgens de rechter kan uit de beelden niet worden afgeleid dat ze bewust het ontploffingsmechanisme in werking heeft willen stellen. Tegelijkertijd sluiten de beelden niet uit dat zij dat mogelijk onbewust, met een lichte beweging van haar handen, heeft gedaan.

    Weet iedereen hoe een confettikanon werkt?
    De werkgever voert aan dat het algemeen bekend is dat een confettikanon in werking wordt gesteld door met beide handen in tegengestelde richting aan de koker te draaien en dat hij zijn werknemers niet op dit risico hoefde te wijzen.

    De rechter deelt deze opvatting niet. Hoe een confettikanon tot ontploffing kan worden gebracht is geen feit van algemene bekendheid, maar kan op relatief eenvoudige wijze worden begrepen door de aanwijzingen op de verpakking te lezen. Van een klant die een dergelijk voorwerpt koopt, mag worden verwacht dat deze eerst de aanwijzingen op de verpakking leest, alvorens het confettikanon te gebruiken. Van een werkneemster wier taak het is de veelheid aan steeds wisselende producten die de werkgever verkoopt op te ruimen, hoeft echter niet te worden verwacht dat ze steeds de verpakking bestudeert alvorens een artikel te verplaatsen.

    Instructie is niet te doen, gezien de hoeveelheid producten
    De werkgever voert nog aan dat hij duizenden artikelen in de schappen heeft liggen waarvan het confettikanon er slechts één is. De rechter overweegt hierover het volgende. De werkgever kiest er voor een zeer divers en steeds wisselend winkelaanbod te hebben. Dat de werkgever het vervolgens ondoenlijk vindt om zijn werknemers te instrueren over het gevaar van één enkel product tussen de veelheid aan artikelen in de schappen, ligt in zijn risicosfeer en ontslaat hem niet van zijn verantwoordelijkheid als werkgever om te zorgen voor een veilige werkomgeving waar dit soort ongevallen zich niet kunnen voordoen.

    Ongelukkige samenloop van omstandigheden?
    De werkgever voert verder aan dat het ongeval een ongelukkige samenloop van omstandigheden vormt, zodat redelijkerwijs niet van hem gevergd kon worden maatregelen ter voorkoming daarvan te treffen. Ook dat verweer verwerpt de rechter. De medewerkster moest onder meer de producten in de schappen sorteren en kapotte producten wegbrengen. Daarom lag het in de lijn der verwachting dat ze het confettikanon oppervlakkig onderzocht om te beoordelen of het weer terug in het schap gelegd kon worden. Dat een werknemer bij een oppervlakkig onderzoek van het confettikanon een zodanige beweging maakt dat deze onbedoeld tot ontploffing komt, is uiterst ongelukkig, maar niet zodanig onwaarschijnlijk dat redelijkerwijs niet van de werkgever gevergd kan worden maatregelen te treffen ter voorkoming van een dergelijk ongeval. Daarbij weegt mee dat de camerabeelden er geen blijk van geven dat de medewerkster bewust een draaiende beweging heeft gemaakt met haar handen en er kennelijk weinig voor nodig leek om het confettikanon te doen ontploffen.

    Oordeel rechter
    De rechter oordeelt dat de werkgever aansprakelijk is voor de door de winkelmedewerkster geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade als gevolg van het ongeval.

    Let op: Een ongeluk zit in een klein hoekje, een bedrijfsongeval soms ook. De verplichting van de werkgever om voor een veilige werkplek en arbeidsomstandigheden te zorgen en daarover instructie te geven, reikt ver.

Wat uw plannen ook zijn...

FR Accountancy helpt u graag verder!

Neem contact op