"FR Accountancy zorgt dat er
achteraf geen verrassingen zijn"

Nieuws

  • 17-08-2018 // Giftenaftrek: controle bij ontvanger

    Een belastingplichtige claimt in zijn aangifte Inkomstenbelasting voor € 1.500 aftrekbare giften. Het betreft contante giften. Hij ontvangt een vragenbrief van de Belastingdienst met het verzoek de giften te onderbouwen. Daarom stuurt hij ondertekende kwitanties op, een verklaring van de ontvangende partij dat deze bedragen zijn gedoneerd, plus bankafschriften met opnamen van overeenkomende contante bedragen. Toch wordt de aftrek geweigerd.

    Dit speelde onlangs bij de rechter. De Belastingdienst weigerde de giftenaftrek omdat de giften niet in de kasadministratie van de ontvangende partij waren verantwoord. Zo was uit een controle gebleken. De Belastingdienst ging daarom uit van fraude.

    De vraag is nu of de belastingplichtige toch voldoende bewijs heeft overlegd om giftenaftrek te krijgen. Wat kan hij meer doen dan wat hij heeft opgestuurd? Is het de verantwoordelijkheid van de schenker om erop toe te zien of zijn gift ook volledig in de administratie van de begiftigde wordt verwerkt?

    Volgens de wet worden giften in aanmerking genomen voor zover zij met schriftelijke bescheiden kunnen worden gestaafd. Volgens de rechtbank is de belastingplichtige hierin niet geslaagd, gelet op de bevindingen van de Belastingdienst. De stelling dat een omissie in de kasadministratie van de ontvangende partij niet aan belastingplichtige kan worden toegerekend, leidt niet tot een ander oordeel. Immers, niet is komen vast te staan dat sprake is van een omissie. De rechtbank is van oordeel dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij € 1.500 heeft geschonken.

    Let op: Contante giften bevinden zich met deze uitspraak in fiscaal risicogebied. U geeft geld aan iemand die een instelling vertegenwoordigt, maar u kunt uiteraard niet nagaan of de instelling uw geld daadwerkelijk in de kasadministratie verwerkt. De rechter vindt dat uw risico, ook al kunt u uw kant van de gift volledig bewijzen.

  • 17-08-2018 // Zakelijk Lexus, privĂ© Audi: bijtelling?

    Een directeur krijgt van een BV een Lexus voor zakelijk gebruik ter beschikking. Privé heeft hij een Audi A7. De directeur vraagt en krijgt een Verklaring geen privégebruik voor de Lexus. Na 9 jaar ontvangt hij een vragenbrief van de Belastingdienst. Hij moet gegevens verstrekken waaruit blijkt dat hij de laatste drie jaar de Lexus op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé heeft gereden.

    Tip: Een ter beschikking gestelde auto wordt op basis van de wet geacht ook voor privédoeleinden ter beschikking te zijn gesteld, tenzij blijkt dat de auto op kalenderjaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden wordt gebruikt. Dat moet belastingplichtige op overtuigende wijze aantonen.

    Een sluitende rittenregistratie met de vereiste gegevens is voldoende bewijs. Houdt u geen rittenadministratie bij, dan neemt u een flink risico. Weliswaar kunt u het bewijs ook op andere manieren leveren, maar dat heeft zelden succes en er is geen weg terug. Achteraf een sluitende rittenadministratie opstellen is nagenoeg onmogelijk.

    Een geldige rittenregistratie voor een personenauto bevat ten minste de volgende gegevens: merk, type, kenteken en periode van terbeschikkingstelling van de auto. En per rit: datum, beginstand en eindstand van de kilometerteller, beginadres en eindadres, de gereden route indien deze afwijkt van de meest gebruikelijke en het karakter van de rit (zakelijk of privé).

  • 17-08-2018 // Linkedinprofiel leidt tot ontslag op staande voet

    Een accountmanager New Business wordt bij dezelfde werkgever Sales, Marketing & PR consultant. Dat vermeldt hij op zijn LinkedInprofiel. Na een jaar wordt hij echter teruggeplaatst in zijn oude functie en de werkgever wil de arbeidsovereenkomst beëindigen. De werknemer wil op zoek naar een baan in de marketing. Daarom past hij zijn LinkedInprofiel niet helemaal aan. Dat zint de werkgever niet. Na een aantal waarschuwingen volgt ontslag op staande voet.

    De werknemer paste voorafgaand aan het ontslag na een aantal verzoeken wel zijn functiebenaming aan, maar in de kopregel liet hij Marketing en PR staan, terwijl hij daar bij de huidige werkgever niet meer verantwoordelijk voor was.

    Hij gaat naar de rechter om het ontslag aan te vechten. Volgens de rechter hoeft een werkgever niet te accepteren dat een werknemer zich naar buiten toe ten onrechte presenteert als verantwoordelijke voor marketing en PR van het bedrijf. Als de werknemer hardnekkig weigert zijn LinkedInprofiel in overeenstemming te brengen met de actuele werksituatie, levert dat een dringende reden op die ontslag op staande voet rechtvaardigt.

    De werknemer eist bij de rechter tevens een transitievergoeding. En die krijgt hij. De rechter vindt het gedrag van de werknemer opzettelijk en kinderachtig, maar het vond plaats tegen de achtergrond van onderhandelingen over het einde van de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever.

    Tip: Als werkgever kunt u belang hebben bij een correcte functieweergave van uw medewerker op social media. Dat kunt u afdwingen.

  • 17-08-2018 // Discrimineert uw vacaturetekst?

    Volgens de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij arbeid mag u geen onderscheid maken naar leeftijd als u personeel zoekt. Het College voor de Rechten van de Mens heeft online vacatureteksten onderzocht en 40.000 tot 60.000 gevallen van leeftijdsdiscriminatie gevonden. Wat mag wel en wat niet?

    In de beslissing om te solliciteren weegt een leeftijdseis zwaarder dan het salaris, de reistijd en het type contract bij elkaar. Leeftijdsdiscriminatie is verboden. Benoem daarom in uw vacature alleen eigenschappen, vaardigheden en kennis die voor de functie relevant zijn.

    Voorbeelden van wat niet is toegestaan: jonge kandidaat, kandidaat tussen 20 en 30, kandidaat ouder dan 40, student, starter, bijbaan naast school of studie, schoolverlater, beginnend/aankomend, junior kandidaat.

    Voorbeelden van wat wel mag: junior functie, tweede / volgende stap in carrière, high potential, affiniteit met de jonge doelgroep, sportief en energiek.

    Tip: U vindt meer voorbeelden van wat wel en niet is toegestaan op de vacature-check van het College voor de Rechten van de Mens.

  • 03-08-2018 // Werkstraf of cel bij schenden administratieplicht

    Een ondernemer met een eenmanszaak maakte een rommeltje van zijn administratie. Zijn accountant en belastingambtenaren hadden hem hier in het verleden al voor gewaarschuwd. Bij een nieuw onderzoek trof de FIOD onjuiste facturen aan en stelde vast dat er in werkelijkheid meer omzet en minder kosten waren. Een strafzaak volgde.

    De rechtbank veroordeelde de ondernemer tot acht maanden gevangenis. In hoger beroep stelt de ondernemer dat niet is vastgesteld dat zijn, op zichzelf verwijtbare, handelingen er allemaal toe hebben gestrekt dat te weinig belasting is geheven. En dat is wel een wettelijk vereiste.

    Het gerechtshof maakt daar korte metten mee. Het is niet van belang of het schenden van de administratieplicht daadwerkelijk heeft geleid tot het betalen van te weinig (omzet)belasting. Door te handelen zoals bewezen is verklaard, heeft de ondernemer zijn bedrijfsadministratie niet zodanig ingericht en voor controle door de fiscus toegankelijk gemaakt dat die binnen redelijke termijn conclusies kon trekken omtrent de aard en omvang van zijn fiscale verplichtingen. De controlemogelijkheid van de fiscus is daarmee ernstig bemoeilijkt. Het is op grond van algemene ervaringsregels waarschijnlijk dat een dergelijke handelwijze in zijn algemeenheid ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven.

    Het gerechtshof veroordeelt de ondernemer tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast krijgt hij een taakstraf voor de duur van 216 uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 108 dagen hechtenis.

    Tip: Niet voldoen aan uw fiscale administratieve verplichtingen kan zware gevolgen hebben. Vraag daarom bij twijfel direct advies.